<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
		<id>http://george.nypels.nl/w/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Erwin</id>
		<title>George Nypels, militair en koloniaal historicus - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
		<link rel="self" type="application/atom+xml" href="http://george.nypels.nl/w/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Erwin"/>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/wiki/Speciaal:Bijdragen/Erwin"/>
		<updated>2026-06-10T08:45:57Z</updated>
		<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
		<generator>MediaWiki 1.30.0</generator>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=203</id>
		<title>Getraceerde loopbaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=203"/>
				<updated>2019-04-09T21:13:54Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: /* Bronnen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hij is geboren op 9 augustus 1859 in Maastricht. Zijn vader was mr. Leopold Alfred Désiré Nypels, geboren in Maastricht op 17 april 1825 en overleden op 20 oktober 1902. Ten tijde van de geboorte van George was zijn vader secretaris Kamer van Koophandel en lid Burgerlijk Armbestuur. Zijn moeder was Clémentine Marie Hubertine van Hoven, geboren in Maastricht op 7 juli 1827 en overleden op 18 april 1880. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is in 1882 benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie van het Nederlandse leger. Eind 1883 is hij naar Nederlands-Indië vertrokken omdat hij is overgegaan naar het Oost-Indische leger, het latere KNIL. In 1887 ontving hij de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Hij is daarna in 1888 bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is voor een periode van twee jaar (1889-1891) door het Oost-Indische leger weer naar Nederland gestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Hij keerde daarna echter nog niet terug naar Indië omdat hij toen is aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij kreeg daarbij de leeropdracht om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Hij is leraar geweest in de periode 1891-1896. Verschillende van zijn lessen zijn later in boekvorm uitgegeven. Eind 1896 is hij daarna tot kapitein bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na zijn terugkeer in Indië is Nypels allereerst gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten om daarna in 1900 geplaatst te worden bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte hij in Atjeh twee maal gewond door een schotwond en een klewangaanval. Bij de behandeling van de laatste verwonding is een beensplinter in zijn hersenholte achtergebleven. Hierdoor moest hij met spoed voor behandeling met gezondheidsverlof naar Nederland. Tijdens dit verlof is hij in 1903 tot majoor bevorderd. Daarna is hij in 1904 op grond van zijn verwonding eervol ontslagen en gepensioneerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Bij die organisatie is hij in 1912 benoemd als districtscommandant. Tijdens de mobilisatie in 1914 werd hij eerst commandant van het 35e bataljon landweerinfanterie en kort daarna commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie. In hetzelfde jaar is hij bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Bij de beëindiging van het dienstverband bij de Landweer in 1919 had hij de rang van reserve kolonel verkregen. In 1940 is hij benoemd tot generaal-majoor titulair. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode 1912-1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag. Op het moment van installatie van deze raad was hij ook al districtscommandant van de Landweer. Het was toen de vraag of de Gemeentewet deze combinatie van twee functies toestond. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben daarover besloten de toelating van Nypels tot de gemeenteraad te handhaven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebeid en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en &lt;br /&gt;
:* van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad,&lt;br /&gt;
:* van 1922-medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en&lt;br /&gt;
:* van 1 januari 1924-ultimo 1941 hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse (reeds eerder vermeld), Officier Oranje Nassau, Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven en zilveren eerepenning Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Publicaties==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels auteur of co-auteur van onderstaande boekwerken:&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oost-Indische krijgsgeschiedenis&amp;quot;, 1895,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De oorlog in Midden-Java van 1825-1830&amp;quot;, 1895, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 1868 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1897, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie&amp;quot;, 1899,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De verovering van Java door de Engelschen in 1811&amp;quot;, 1901&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1902,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden&amp;quot;, 1905, en &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Hoe Nederland Ceilon verloor&amp;quot;, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bronnen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
:* Nederland&amp;#039;s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
:* Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr.J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
:* Via Delpher &amp;lt;https://www.delpher.nl/nl/kranten&amp;gt; de op pagina Commentaar met de datum genoemde artikelen uit de volgende kranten: Algemeen Handelsblad, Bataviaasch nieuwsblad, Bredasche courant, De locomotief, Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, Het Vaderland, Java-bode, Limburger koerier en Sumatra-courant. &lt;br /&gt;
:* Google Boeken &amp;lt;https://books.google.nl&amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;br /&gt;
:* Kanselarij Museum in Paleis het Loo.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Gevonden_notities&amp;diff=202</id>
		<title>Gevonden notities</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Gevonden_notities&amp;diff=202"/>
				<updated>2019-04-09T20:50:50Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Zoals aangegeven op de [[George Nypels, militair en koloniaal historicus|hoofdpagina]] betreffen de [[Afbeeldingen#Aanvullingen_en_wijzigingen_in_Nypels_in_.22Nederland.27s_Patriciaat.22.2C_21e_Jrg._1933.2F34.2C_notities_van_de_betrokkene_zelf|bloknootaantekeningen]] van mijn grootvader aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34.  Het betreft ook andere Nypelsen dan hijzelf. Voorzover het hemzelf aangaat geeft hij een overzicht van zijn beide huwelijken en zijn kinderen en kleinkinderen alsmede een overzicht van zijn loopbaan op verschillende terreinen. In deze website wordt uitsluitend ingegaan op de  loopbaan van mijn grootvader omdat het blauwe boekje reeds  informatie geeft over zijn huwelijken en nakomelingen. Nadere gegevens over zijn huwelijken en nakomelingen zijn verder nog te vinden in [[Afbeeldingen#Genealogie van de familie Nypels|Genealogie van de familie Nypels]] door H.C.M. Nypels en Mr. J.W.A.M. Nypels (hierna te noemen “de Nypels-genealogie”) van 11 juli 1977. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De notities bevatten over de loopbaan van mijn grootvader de volgende gegevens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:George Nypels is geboren in Maastricht op 9 augustus 1859. Hij werd in 1882 in Maastricht 2e luitenant der infanterie van het Nederlandse leger. In 1884 ging hij over naar het leger in Oost Indië. In 1889 keerde hij terug naar Nederland, naar de krijgsschool in den Haag (tot 1891). In de periode 1891 - 1896 werd hij leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Als kapitein is hij daarna opnieuw naar Oost Indië gestuurd waar hij in 1900 toetrad tot de generale staf. In 1902 raakte hij bij gevechten in Atjeh twee maal gewond. Dientengevolge ging hij twee jaar met gezondheidsverlof naar Nederland. In 1903 is hij bevorderd tot majoor. In 1904 werd hij in verband met zijn verwonding afgekeurd en gepensioneerd. In de periode 1910 – 1913 was hij nog wel lid van de studiecommissie voor reorganisatie van het militaire onderwijs.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:In 1912 kwam Nypels weer in dienst als landweer districtscommandant. In 1914 is hij gemobiliseerd. Hij werd toen commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandse Waterlinie met de rang van reserve luitenant-kolonel. In 1918 is hij bevorderd tot reserve kolonel. In 1919 kreeg hij op verzoek eervol ontslag waarna hij terugkeerde  naar den Haag. In 1940 verkreeg hij de rang generaal-majoor tit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:In de periode 1912 – 1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag (NB.: in 1914 gemobiliseerd). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebied en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en&lt;br /&gt;
:*van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad, &lt;br /&gt;
:*van 1922 – medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en &lt;br /&gt;
:*van 1 januari 1924 – ultimo 1941 (toen het maandblad door de Duitse autoriteiten werd stopgezet) hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:Nypels was van 1910 – 1942 mededirecteur Delftsche ziekenfonds.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse, Officier Oranje Nassau, Eereteken voor belangrijke krijgsbedrijven, zilveren draagpenning voor verdienste Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie voor een integrale weergave van de desbetreffende delen van de notities de pagina [[Afbeeldingen]].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=175</id>
		<title>Getraceerde loopbaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=175"/>
				<updated>2018-10-16T21:24:07Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hij is geboren op 9 augustus 1859 in Maastricht. Zijn vader was mr. Leopold Alfred Désiré Nypels, geboren in Maastricht op 17 april 1825 en overleden op 20 oktober 1902. Ten tijde van de geboorte van George was zijn vader secretaris Kamer van Koophandel en lid Burgerlijk Armbestuur. Zijn moeder was Clémentine Marie Hubertine van Hoven, geboren in Maastricht op 7 juli 1827 en overleden op 18 april 1880. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is in 1882 benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie van het Nederlandse leger. Eind 1883 is hij naar Nederlands-Indië vertrokken omdat hij is overgegaan naar het Oost-Indische leger, het latere KNIL. In 1887 ontving hij de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Hij is daarna in 1888 bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is voor een periode van twee jaar (1889-1891) door het Oost-Indische leger weer naar Nederland gestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Hij keerde daarna echter nog niet terug naar Indië omdat hij toen is aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij kreeg daarbij de leeropdracht om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Hij is leraar geweest in de periode 1891-1896. Verschillende van zijn lessen zijn later in boekvorm uitgegeven. Eind 1896 is hij daarna tot kapitein bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na zijn terugkeer in Indië is Nypels allereerst gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten om daarna in 1900 geplaatst te worden bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte hij in Atjeh twee maal gewond door een schotwond en een klewangaanval. Bij de behandeling van de laatste verwonding is een beensplinter in zijn hersenholte achtergebleven. Hierdoor moest hij met spoed voor behandeling met gezondheidsverlof naar Nederland. Tijdens dit verlof is hij in 1903 tot majoor bevorderd. Daarna is hij in 1904 op grond van zijn verwonding eervol ontslagen en gepensioneerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Bij die organisatie is hij in 1912 benoemd als districtscommandant. Tijdens de mobilisatie in 1914 werd hij eerst commandant van het 35e bataljon landweerinfanterie en kort daarna commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie. In hetzelfde jaar is hij bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Bij de beëindiging van het dienstverband bij de Landweer in 1919 had hij de rang van reserve kolonel verkregen. In 1940 is hij benoemd tot generaal-majoor titulair. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode 1912-1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag. Op het moment van installatie van deze raad was hij ook al districtscommandant van de Landweer. Het was toen de vraag of de Gemeentewet deze combinatie van twee functies toestond. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben daarover besloten de toelating van Nypels tot de gemeenteraad te handhaven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebeid en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en &lt;br /&gt;
:* van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad,&lt;br /&gt;
:* van 1922-medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en&lt;br /&gt;
:* van 1 januari 1924-ultimo 1941 hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse (reeds eerder vermeld), Officier Oranje Nassau, Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven en zilveren eerepenning Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Publicaties==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels auteur of co-auteur van onderstaande boekwerken:&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oost-Indische krijgsgeschiedenis&amp;quot;, 1895,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De oorlog in Midden-Java van 1825-1830&amp;quot;, 1895, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 1868 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1897, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie&amp;quot;, 1899,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De verovering van Java door de Engelschen in 1811&amp;quot;, 1901&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1902,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden&amp;quot;, 1905, en &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Hoe Nederland Ceilon verloor&amp;quot;, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bronnen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
:* Nederland&amp;#039;s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
:* Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr.J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
:* Via Delpher &amp;lt;https://www.delpher.nl/nl/kranten&amp;gt; de op pagina Commentaar met de datum genoemde artikelen uit de volgende kranten: Algemeen Handelsblad, Bataviaasch nieuwsblad, Bredasche courant, De locomotief, Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, Het Vaderland, Java-bode, Limburger koerier en Sumatra-courant. &lt;br /&gt;
:* Google Boeken &amp;lt;https://books.google.nl&amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=174</id>
		<title>Getraceerde loopbaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=174"/>
				<updated>2018-10-16T21:15:24Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
George Nypels is geboren op 9 augustus 1859 in Maastricht. Zijn vader was mr. Leopold Alfred Désiré Nypels, geboren in Maastricht op 17 april 1825 en overleden op 20 oktober 1902. Ten tijde van de geboorte van George was zijn vader secretaris Kamer van Koophandel en lid Burgerlijk Armbestuur. Zijn moeder was Clémentine Marie Hubertine van Hoven, geboren in Maastricht op 7 juli 1827 en overleden op 18 april 1880. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
George Nypels is in 1882 benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie van het Nederlandse leger. Eind 1883 is hij naar Nederlands-Indië vertrokken omdat hij is overgegaan naar het Oost-Indische leger, het latere KNIL. In 1887 ontving hij de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Hij is daarna in 1888 bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is voor een periode van twee jaar (1889-1891) door het Oost-Indische leger weer naar Nederland gestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Hij keerde daarna echter nog niet terug naar Indië omdat hij toen is aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij kreeg daarbij de leeropdracht om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Hij is leraar geweest in de periode 1891-1896. Verschillende van zijn lessen zijn later in boekvorm uitgegeven. Eind 1896 is hij daarna tot kapitein bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na zijn terugkeer in Indië is Nypels allereerst gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten om daarna in 1900 geplaatst te worden bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte hij in Atjeh twee maal gewond door een schotwond en een klewangaanval. Bij de behandeling van de laatste verwonding is een beensplinter in zijn hersenholte achtergebleven. Hierdoor moest hij met spoed voor behandeling met gezondheidsverlof naar Nederland. Tijdens dit verlof is hij in 1903 tot majoor bevorderd. Daarna is hij in 1904 op grond van zijn verwonding eervol ontslagen en gepensioneerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Bij die organisatie is hij in 1912 benoemd als districtscommandant. Tijdens de mobilisatie in 1914 werd hij eerst commandant van het 35e bataljon landweerinfanterie en kort daarna commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie. In hetzelfde jaar is hij bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Bij de beëindiging van het dienstverband bij de Landweer in 1919 had hij de rang van reserve kolonel verkregen. In 1940 is hij benoemd tot generaal-majoor titulair. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode 1912-1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag. Op het moment van installatie van deze raad was hij ook al districtscommandant van de Landweer. Het was toen de vraag of de Gemeentewet deze combinatie van twee functies toestond. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben daarover besloten de toelating van Nypels tot de gemeenteraad te handhaven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebeid en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en &lt;br /&gt;
:* van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad,&lt;br /&gt;
:* van 1922-medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en&lt;br /&gt;
:* van 1 januari 1924-ultimo 1941 hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse (reeds eerder vermeld), Officier Oranje Nassau, Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven en zilveren eerepenning Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Publicaties==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels auteur of co-auteur van onderstaande boekwerken:&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oost-Indische krijgsgeschiedenis&amp;quot;, 1895,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De oorlog in Midden-Java van 1825-1830&amp;quot;, 1895, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 1868 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1897, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie&amp;quot;, 1899,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De verovering van Java door de Engelschen in 1811&amp;quot;, 1901&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1902,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden&amp;quot;, 1905, en &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Hoe Nederland Ceilon verloor&amp;quot;, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bronnen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
:* Nederland&amp;#039;s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
:* Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr.J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
:* Via Delpher &amp;lt;https://www.delpher.nl/nl/kranten&amp;gt; de op pagina Commentaar met de datum genoemde artikelen uit de volgende kranten: Algemeen Handelsblad, Bataviaasch nieuwsblad, Bredasche courant, De locomotief, Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, Het Vaderland, Java-bode, Limburger koerier en Sumatra-courant. &lt;br /&gt;
:* Google Boeken &amp;lt;https://books.google.nl&amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=173</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=173"/>
				<updated>2018-09-13T20:45:38Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Gevonden_notities|de loopbaan van George Nypels]] op de vorige pagina is, zoals vermeld, ontleend aan zijn [[Enkele_documenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via het door de Koninklijke Bibliotheek ontwikkelde instituut &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje, de Nypels-genealogie en enkele hieronder genoemde kranten bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940, en in Het Vaderland (09-05-1942), dat er bij vermeldt dat dit gebeurde bij het 125-jarig bestaan van de Militaire Willems-Orde toen Nypels zijn jubileum vierde van 55 jaar Ridder van deze Orde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL. Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Het Vaderland van 09-05-1942 vermeldt dat hij daarna op 10 maart 1888 werd bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Drie berichten van de Sumatra-courant (12-09-1889), Bataviaasch nieuwsblad (25-10-1890) en De locomotief (05-08-1891) geven aan dat Nypels door het Oost-Indische leger weer voor een periode van twee jaar (1889 - 1891) naar Nederland is teruggestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Het laatste bericht van De locomotief meldt bovendien dat bij Koninklijk Besluit van 11 september 1891 is bepaald dat Nypels per 1 september 1891 wordt aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. (Hij keerde dus nog niet terug naar Indië.) De locomotief van 23-05-1896 vermeldt tevens dat Nypels als leraar de opdracht kreeg om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Verschillende van zijn lessen zijn daarna in boekvorm uitgegeven. De Sumatra-courant van 22-08-1896 bevat het bericht dat hij per 1 september 1896 eervol ontheven is van zijn betrekking als leraar. Het Vaderland (09-05-1942) geeft aan dat hij daarna op 14 september bevorderd is tot kapitein. De locomotief bericht op 07-10-1896 dat kapitein Nypels in december van dat jaar zal terugkeren naar Indië.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit artikelen in de Java-bode (13-12-1895 en 16-11-1897) en De locomotief (26-10-1897 en 11-12-1897) blijkt dat Nypels na zijn terugkeer in Indië naar aanleiding van de gevolgde lessen aan de Krijgsschool allereerst is gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten (kennelijk om de geleerde nieuwe militaire inzichten over te dragen). De krantenartikelen noemen onder meer detacheringen bij het 8e bataljon infanterie, de tweede bergbatterij en de eerste bergbatterij. Uit Het Vaderland van 09-05-1942 blijkt dat hij na deze detacheringen op 10 februari 1900 werd geplaatst bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte Nypels in Atjeh tweemaal gewond. Het Vaderland (09-05-1942) vermeldt dat hij begin 1902 door een schot in de linkerbovenarm is gewond en dat hij in juli van dat jaar gewond is geraakt bij een klewangaanval. De Locomotief (11-09-1902) bericht hier nog over dat na behandeling van de wonden in het hospitaal bleek dat een beensplinter in de hersenholte was achtergebleven. Deze verwonding was dermate ernstig dat aan Nypels een spoedcertificaat is uitgereikt voor gezondheidsverlof om behandeling in Nederland mogelijk te maken. Het eerder genoemde artikel in Het Vaderland geeft aan dat hij tijdens dit verlof in juli 1903 tot majoor is bevorderd. Het nieuws van den dag voor Nederlands-Indië van 22-06-1904 bevat voorts het volgende bericht: &amp;quot;Bij koninklijk besluit van 18 April 1904 no. 58 is de met verlof in Nederland aanwezige majoor der infanterie van het Nederlandsch-Indische leger G. Nijpels ter zake van lichaamsgebreken, het gevolg van verwonding in den strijd bekomen, met ingang van 1 Mei 1904, eervol uit Hr. Ms. militaire  dienst ontslagen, onder toekenning van pensioen.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Het Algemeen Handelsblad van 14-03-1915 geeft aan dat hij op het moment van installatie als lid van de gemeenteraad van Den Haag tevens districtscommandant bij de Landweer was (waartoe hij bij Koninklijk Besluit van 19 october 1912 benoemd was). Het was toen zelfs de vraag of combinatie van die twee functies volgens de Gemeentewet wel was toegestaan. Maar Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland besloten het besluit van de Gemeenteraad van Den Haag tot toelating van Nypels te handhaven. Uit de Bredasche courant van 23-10-1914 en Het Vaderland van 09-05-1942 blijkt dat hij bij de mobilisatie in 1914 commandant van het 35e bataljon  landweerinfanterie werd en kort daarna commandant van de &amp;quot;groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie&amp;quot;. Hij werd met ingang van 25 oktober 1914 bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Volgens het blauwe boekje, de Nypels-genealogie en De Limburger koerier (27-04-1940) had hij bij de beëindiging van zijn dienstverband bij de Landweer in 1919 de rang van reserve kolonel verkregen.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de volgende pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Maar over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. De onderscheiding Officier in de Orde van Oranje Nassau wordt vermeld in de overlijdensadvertentie en het begeleidend redactionele artikel in het Algemeen Handelsblad van 09-11-1950. Het Bataviaasch nieuwsblad van 07-01-1903 bevat voorts het bericht dat bij Koninklijk Besluit van 19 november aan G. Nijpels de zilveren eerepenning is toegekend als blijk van waardering zijner belangstelling in &amp;#039;s Rijks wetenschappelijke en kunstverzamelingen. En Het Vaderland van 09-05-1942 geeft als informatie dat hij het &amp;quot;Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven&amp;quot; met de gesp Atjeh 1873-1890 verwierf waaraan later nog de gesp 1901-1905 is toegevoegd.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels in het algemeen een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Er zijn geen strijdigheden met de door ons gevonden publicaties aangetroffen. In enkele gevallen was het niet mogelijk om de exacte data van een gebeurtenis vast te stellen. In een klein aantal andere gevallen is in de gevonden bronnen (nog) geen bevestiging gevonden.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de volgende pagina heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan Nypels de (mede)auteur was. Ze illustreren dat hij vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Opmerkelijk is voorts dat de meeste in deze website genoemde boeken waarvan George Nypels auteur of co-auteur is, momenteel in de vorm van een fotografische heruitgave in de Verenigde Staten en in Finland verkrijgbaar zijn.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus&amp;diff=172</id>
		<title>George Nypels, militair en koloniaal historicus</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus&amp;diff=172"/>
				<updated>2018-05-26T21:33:10Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;strong&amp;gt;(Redactie: drs. Erwin Nypels)&amp;lt;/strong&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mijn grootvader George Nypels is op 5 november 1950 in Den Haag overleden. In de nalatenschap vond mijn moeder Jeanny Thérèse Deutman het boek Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34. Hierin was onder meer een [[Enkele_documenten#Passage uit &amp;quot;Nederland&amp;#039;s Patriciaat&amp;quot;|passage over het leven van mijn grootvader]] opgenomen. In het boek lagen ook een paar bloknootvellen met handgeschreven notities van mijn grootvader zelf. Het waren een aantal aanvullingen en wijzigingen met betrekking tot de gegevens uit de genoemde jaargang van het Nederland’s Patriciaat over de familie Nypels in het algemeen en in het bijzonder over hemzelf. De notities kenden geen datum van de samenstelling. Omdat hierin het jaar 1942 wordt genoemd zijn ze dus geschreven in of na dat jaar. De aanvullingen en wijzigingen waren kennelijk bedoeld voor een aanvulling in een latere jaargang van Nederland’s Patriciaat na de Tweede Wereldoorlog. Dat blijkt uit de eerste regels van de notities die bestemd zouden zijn geweest voor de heer J. Philippens in Maastricht. Dit was een van de medewerkers van de Stichting Nederland’s Patriciaat. Het is echter niet tot een (aanvullende) publicatie gekomen. Er is geen indicatie gevonden hoe dit komt. Toen mijn moeder in 1992, eveneens in Den Haag, overleed kwam de Jaargang 1933/34 van Nederland’s Patriciaat (hierna te noemen “het blauwe boekje”) met de bloknootaantekeningen in bezit van mij, de kleinzoon. Omdat mijn grootvader niet alleen een militaire loopbaan heeft gehad waarin hij een Militaire Willems-Orde verkreeg, maar speciaal ook omdat hij een interessante koloniaal historicus bleek te zijn, wil ik in deze website meer aandacht vragen voor zijn leven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB. De George Nypels van deze website mag niet verward worden met zijn familielid en naamgenoot George Nypels (geboren 7 oktober 1885, overleden 16 juni 1977), de reiscorrespondent van het Algemeen Handelsblad die vooral bekendheid kreeg door zijn vele reisverslagen uit Europese brandhaarden in de periode tussen de twee wereldoorlogen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB. Een ieder krijgt het recht om de inhoud en afbeeldingen van deze website onder voorwaarden te bewerken, gebruiken en verspreiden. De belangrijkste voorwaarde is dat een juiste bronvermelding plaats vindt. (Zie verder de pagina Voorbehoud.)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=171</id>
		<title>Getraceerde loopbaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=171"/>
				<updated>2018-05-25T11:46:38Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
George Nypels is geboren op 9 augustus 1859 in Maastricht. Hij is in 1882 benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie van het Nederlandse leger. Eind 1883 is hij naar Nederlands-Indië vertrokken omdat hij is overgegaan naar het Oost-Indische leger, het latere KNIL. In 1887 ontving hij de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Hij is daarna in 1888 bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is voor een periode van twee jaar (1889-1891) door het Oost-Indische leger weer naar Nederland gestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Hij keerde daarna echter nog niet terug naar Indië omdat hij toen is aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij kreeg daarbij de leeropdracht om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Hij is leraar geweest in de periode 1891-1896. Verschillende van zijn lessen zijn later in boekvorm uitgegeven. Eind 1896 is hij daarna tot kapitein bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na zijn terugkeer in Indië is Nypels allereerst gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten om daarna in 1900 geplaatst te worden bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte hij in Atjeh twee maal gewond door een schotwond en een klewangaanval. Bij de behandeling van de laatste verwonding is een beensplinter in zijn hersenholte achtergebleven. Hierdoor moest hij met spoed voor behandeling met gezondheidsverlof naar Nederland. Tijdens dit verlof is hij in 1903 tot majoor bevorderd. Daarna is hij in 1904 op grond van zijn verwonding eervol ontslagen en gepensioneerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Bij die organisatie is hij in 1912 benoemd als districtscommandant. Tijdens de mobilisatie in 1914 werd hij eerst commandant van het 35e bataljon landweerinfanterie en kort daarna commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie. In hetzelfde jaar is hij bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Bij de beëindiging van het dienstverband bij de Landweer in 1919 had hij de rang van reserve kolonel verkregen. In 1940 is hij benoemd tot generaal-majoor titulair. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode 1912-1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag. Op het moment van installatie van deze raad was hij ook al districtscommandant van de Landweer. Het was toen de vraag of de Gemeentewet deze combinatie van twee functies toestond. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben daarover besloten de toelating van Nypels tot de gemeenteraad te handhaven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebeid en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en &lt;br /&gt;
:* van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad,&lt;br /&gt;
:* van 1922-medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en&lt;br /&gt;
:* van 1 januari 1924-ultimo 1941 hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse (reeds eerder vermeld), Officier Oranje Nassau, Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven en zilveren eerepenning Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Publicaties==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels auteur of co-auteur van onderstaande boekwerken:&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oost-Indische krijgsgeschiedenis&amp;quot;, 1895,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De oorlog in Midden-Java van 1825-1830&amp;quot;, 1895, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 1868 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1897, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie&amp;quot;, 1899,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De verovering van Java door de Engelschen in 1811&amp;quot;, 1901&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1902,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden&amp;quot;, 1905, en &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Hoe Nederland Ceilon verloor&amp;quot;, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bronnen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
:* Nederland&amp;#039;s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
:* Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr.J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
:* Via Delpher &amp;lt;https://www.delpher.nl/nl/kranten&amp;gt; de op pagina Commentaar met de datum genoemde artikelen uit de volgende kranten: Algemeen Handelsblad, Bataviaasch nieuwsblad, Bredasche courant, De locomotief, Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, Het Vaderland, Java-bode, Limburger koerier en Sumatra-courant. &lt;br /&gt;
:* Google Boeken &amp;lt;https://books.google.nl&amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=170</id>
		<title>Getraceerde loopbaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=170"/>
				<updated>2018-05-25T10:11:33Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
George Nypels is geboren op 9 augustus 1859 in Maastricht. Hij is in 1882 benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie van het Nederlandse leger. Eind 1883 is hij naar Nederlands-Indië vertrokken omdat hij is overgegaan naar het Oost-Indische leger, het latere KNIL. In 1887 ontving hij de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Hij is daarna in 1888 bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is voor een periode van twee jaar (1889-1891) door het Oost-Indische leger weer naar Nederland gestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Hij keerde daarna echter nog niet terug naar Indië omdat hij toen is aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij kreeg daarbij de leeropdracht om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Hij is leraar geweest in de periode 1891-1896. Verschillende van zijn lessen zijn later in boekvorm uitgegeven. Eind 1896 is hij daarna tot kapitein bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na zijn terugkeer in Indië is Nypels allereerst gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten om daarna in 1900 geplaatst te worden bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte hij in Atjeh twee maal gewond door een schotwond en een klewangaanval. Bij de behandeling van de laatste verwonding is een beensplinter in zijn hersenholte achtergebleven. Hierdoor moest hij met spoed voor behandeling met gezondheidsverlof naar Nederland. Tijdens dit verlof is hij in 1903 tot majoor bevorderd. Daarna is hij in 1904 op grond van zijn verwonding eervol ontslagen en gepensioneerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Bij die organisatie is hij in 1912 benoemd als districtscommandant. Tijdens de mobilisatie in 1914 werd hij eerst commandant van het 35e bataljon landweerinfanterie en kort daarna commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie. In hetzelfde jaar is hij bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Bij de beëindiging van het dienstverband bij de Landweer in 1919 had hij de rang van reserve kolonel verkregen. In 1940 is hij benoemd tot generaal-majoor titulair. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode 1912-1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag. Op het moment van installatie van deze raad was hij, zoals aangegeven, ook districtscommandant van de Landweer. Het was toen de vraag of de Gemeentewet deze combinatie van twee functies toestond. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben daarover besloten de toelating van Nypels tot de gemeenteraad te handhaven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebeid en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en &lt;br /&gt;
:* van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad,&lt;br /&gt;
:* van 1922-medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en&lt;br /&gt;
:* van 1 januari 1924-ultimo 1941 hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse (reeds eerder vermeld), Officier Oranje Nassau, Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven en zilveren eerepenning Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Publicaties==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels auteur of co-auteur van onderstaande boekwerken:&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oost-Indische krijgsgeschiedenis&amp;quot;, 1895,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De oorlog in Midden-Java van 1825-1830&amp;quot;, 1895, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 1868 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1897, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie&amp;quot;, 1899,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De verovering van Java door de Engelschen in 1811&amp;quot;, 1901&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1902,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden&amp;quot;, 1905, en &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Hoe Nederland Ceilon verloor&amp;quot;, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bronnen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
:* Nederland&amp;#039;s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
:* Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr.J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
:* Via Delpher &amp;lt;https://www.delpher.nl/nl/kranten&amp;gt; de op pagina Commentaar met de datum genoemde artikelen uit de volgende kranten: Algemeen Handelsblad, Bataviaasch nieuwsblad, Bredasche courant, De locomotief, Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, Het Vaderland, Java-bode, Limburger koerier en Sumatra-courant. &lt;br /&gt;
:* Google Boeken &amp;lt;https://books.google.nl&amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=169</id>
		<title>Getraceerde loopbaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=169"/>
				<updated>2018-05-24T20:45:23Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
George Nypels is geboren op 9 augustus 1859 in Maastricht. Hij is in 1882 benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie van het Nederlandse leger. Eind 1883 is hij naar Nederlands-Indië vertrokken omdat hij is overgegaan naar het Oost-Indische leger, het latere KNIL. In 1887 ontving hij de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Hij is daarna in 1988 bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is voor een periode van twee jaar (1889-1891) door het Oost-Indische leger weer naar Nederland gestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Hij keerde daarna echter nog niet terug naar Indië omdat hij toen is aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij kreeg daarbij de leeropdracht om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Hij is leraar geweest in de periode 1891-1896. Verschillende van zijn lessen zijn later in boekvorm uitgegeven. Eind 1896 is hij daarna tot kapitein bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na zijn terugkeer in Indië is Nypels allereerst gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten om daarna in 1900 geplaatst te worden bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte hij in Atjeh twee maal gewond door een schotwond en een klewangaanval. Bij de behandeling van de laatste verwonding is een beensplinter in zijn hersenholte achtergebleven. Hierdoor moest hij met spoed voor behandeling met gezondheidsverlof naar Nederland. Tijdens dit verlof is hij in 1903 tot majoor bevorderd. Daarna is hij in 1904 op grond van zijn verwonding eervol ontslagen en gepensioneerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Bij die organisatie is hij in 1912 benoemd als districtscommandant. Tijdens de mobilisatie in 1914 werd hij eerst commandant van het 35e bataljon landweerinfanterie en kort daarna commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie. In hetzelfde jaar is hij bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Bij de beëindiging van het dienstverband bij de Landweer in 1919 had hij de rang van reserve kolonel verkregen. In 1940 is hij benoemd tot generaal-majoor titulair. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode 1912-1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag. Op het moment van installatie van deze raad was hij, zoals aangegeven, ook districtscommandant van de Landweer. Het was toen de vraag of de Gemeentewet deze combinatie van twee functies toestond. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben daarover besloten de toelating van Nypels tot de gemeenteraad te handhaven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebeid en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en &lt;br /&gt;
:* van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad,&lt;br /&gt;
:* van 1922-medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en&lt;br /&gt;
:* van 1 januari 1924-ultimo 1941 hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse (reeds eerder vermeld), Officier Oranje Nassau, Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven en zilveren eerepenning Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Publicaties==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels auteur of co-auteur van onderstaande boekwerken:&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oost-Indische krijgsgeschiedenis&amp;quot;, 1895,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De oorlog in Midden-Java van 1825-1830&amp;quot;, 1895, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 1868 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1897, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie&amp;quot;, 1899,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De verovering van Java door de Engelschen in 1811&amp;quot;, 1901&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1902,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden&amp;quot;, 1905, en &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Hoe Nederland Ceilon verloor&amp;quot;, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bronnen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
:* Nederland&amp;#039;s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
:* Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr.J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
:* Via Delpher &amp;lt;https://www.delpher.nl/nl/kranten&amp;gt; de op pagina Commentaar met de datum genoemde artikelen uit de volgende kranten: Algemeen Handelsblad, Bataviaasch nieuwsblad, Bredasche courant, De locomotief, Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, Het Vaderland, Java-bode, Limburger koerier en Sumatra-courant. &lt;br /&gt;
:* Google Boeken &amp;lt;https://books.google.nl&amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=168</id>
		<title>Getraceerde loopbaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=168"/>
				<updated>2018-05-24T17:41:45Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
George Nypels is geboren op 9 augustus 1859 in Maastricht. Hij is in 1882 benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie van het Nederlandse leger. Eind 1883 is hij naar Nederlands Indië vertrokken omdat hij is overgegaan naar het Oost-Indische leger, het latere KNIL. In 1887 ontving hij de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Hij is daarna in 1988 bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is voor een periode van twee jaar (1889-1891) door het Oost-Indische leger weer naar Nederland gestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Hij keerde daarna echter nog niet terug naar Indië omdat hij toen is aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij kreeg daarbij de leeropdracht om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Hij is leraar geweest in de periode 1891-1896. Verschillende van zijn lessen zijn later in boekvorm uitgegeven. Eind 1896 is hij daarna tot kapitein bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na zijn terugkeer in Indië is Nypels allereerst gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten om daarna in 1900 geplaatst te worden bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte hij in Atjeh twee maal gewond door een schotwond en een klewangaanval. Bij de behandeling van de laatste verwonding is een beensplinter in zijn hersenholte achtergebleven. Hierdoor moest hij met spoed voor behandeling met gezondheidsverlof naar Nederland. Tijdens dit verlof is hij in 1903 tot majoor bevorderd. Daarna is hij in 1904 op grond van zijn verwonding eervol ontslagen en gepensioneerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Bij die organisatie is hij in 1912 benoemd als districtscommandant. Tijdens de mobilisatie in 1914 werd hij eerst commandant van het 35e bataljon landweerinfanterie en kort daarna commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie. In hetzelfde jaar is hij bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Bij de beëindiging van het dienstverband bij de Landweer in 1919 had hij de rang van reserve kolonel verkregen. In 1940 is hij benoemd tot generaal-majoor titulair. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode 1912-1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag. Op het moment van installatie van deze raad was hij, zoals aangegeven, ook districtscommandant van de Landweer. Het was toen de vraag of de Gemeentewet deze combinatie van twee functies toestond. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben daarover besloten de toelating van Nypels tot de gemeenteraad te handhaven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebeid en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en &lt;br /&gt;
:* van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad,&lt;br /&gt;
:* van 1922-medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en&lt;br /&gt;
:* van 1 januari 1924-ultimo 1941 hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse (reeds eerder vermeld), Officier Oranje Nassau, Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven en zilveren eerepenning Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Publicaties==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels auteur of co-auteur van onderstaande boekwerken:&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oost-Indische krijgsgeschiedenis&amp;quot;, 1895,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De oorlog in Midden-Java van 1825-1830&amp;quot;, 1895, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 1868 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1897, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie&amp;quot;, 1899,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De verovering van Java door de Engelschen in 1811&amp;quot;, 1901&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1902,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden&amp;quot;, 1905, en &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Hoe Nederland Ceilon verloor&amp;quot;, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bronnen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
:* Nederland&amp;#039;s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
:* Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr.J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
:* Via Delpher &amp;lt;https://www.delpher.nl/nl/kranten&amp;gt; de op pagina Commentaar met de datum genoemde artikelen uit de volgende kranten: Algemeen Handelsblad, Bataviaasch nieuwsblad, Bredasche courant, De locomotief, Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, Het Vaderland, Java-bode, Limburger koerier en Sumatra-courant. &lt;br /&gt;
:* Google Boeken &amp;lt;https://books.google.nl&amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=167</id>
		<title>Getraceerde loopbaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=167"/>
				<updated>2018-05-24T17:40:49Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
George Nypels is geboren op 9 augustus 1859 in Maastricht. Hij is in 1882 benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie van het Nederlandse leger. Eind 1883 is hij naar Nederlands Indië vertrokken omdat hij is overgegaan naar het Oost-Indische leger, het latere KNIL. In 1887 ontving hij de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Hij is daarna in 1988 bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is voor een periode van twee jaar (1889-1891) door het Oost-Indische leger weer naar Nederland gestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Hij keerde daarna echter nog niet terug naar Indië omdat hij toen is aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij kreeg daarbij de leeropdracht om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Hij is leraar geweest in de periode 1891-1896. Verschillende van zijn lessen zijn later in boekvorm uitgegeven. Eind 1896 is hij daarna tot kapitein bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na zijn terugkeer in Indië is Nypels allereerst gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten om daarna in 1900 geplaatst te worden bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte hij in Atjeh twee maal gewond door een schotwond en een klewangaanval. Bij de behandeling van de laatste verwonding is een beensplinter in zijn hersenholte achtergebleven. Hierdoor moest hij met spoed voor behandeling met gezondheidsverlof naar Nederland. Tijdens dit verlof is hij in 1903 tot majoor bevorderd. Daarna is hij in 1904 op grond van zijn verwonding eervol ontslagen en gepensioneerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Bij die organisatie is hij in 1912 benoemd als districtscommandant. Tijdens de mobilisatie in 1914 werd hij eerst commandant van het 35e bataljon landweerinfanterie en kort daarna commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie. In hetzelfde jaar is hij bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Bij de beëindiging van het dienstverband bij de Landweer in 1919 had hij de rang van reserve kolonel verkregen. In 1940 is hij benoemd tot generaal-majoor titulair. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode 1912-1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag. Op het moment van installatie van deze raad was hij, zoals aangegeven, ook districtscommandant van de Landweer. Het was toen de vraag of de Gemeentewet deze combinatie van twee functies toestond. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben daarover besloten de toelating van Nypels tot de gemeenteraad te handhaven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebeid en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en &lt;br /&gt;
:* van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad,&lt;br /&gt;
:* van 1922-medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en&lt;br /&gt;
:* van 1 januari 1924-ultimo 1941 hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse (reeds eerder vermeld), Officier Oranje Nassau, Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven en zilveren eerepenning Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Publicaties==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels auteur of co-auteur van onderstaande boekwerken:&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oost-Indische krijgsgeschiedenis&amp;quot;, 1895,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De oorlog in Midden-Java van 1825-1830&amp;quot;, 1895, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 1868 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1897, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie&amp;quot;, 1899,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De verovering van Java door de Engelschen in 1811&amp;quot;, 1901&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1902,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden&amp;quot;, 1905, en &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Hoe Nederland Ceilon verloor&amp;quot;, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bronnen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
:* Nederland&amp;#039;s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
:* Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr.J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
:* Via Delpher &amp;lt;https://www.delpher.nl/nl/kranten&amp;gt; de op pagina Commentaar met de datum genoemde artikelen uit de volgende kranten: Algemeen Handelsblad, Bataviaasch nieuwsblad, Bredasche courant, De locomotief, Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, Het Vaderland, Java-bode, Limburger koerier en Sumatra-courant. &lt;br /&gt;
:* Google Boeken &amp;lt;https://books.google&amp;#039;nl&amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=166</id>
		<title>Getraceerde loopbaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=166"/>
				<updated>2018-05-24T17:40:36Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
George Nypels is geboren op 9 augustus 1859 in Maastricht. Hij is in 1882 benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie van het Nederlandse leger. Eind 1883 is hij naar Nederlands Indië vertrokken omdat hij is overgegaan naar het Oost-Indische leger, het latere KNIL. In 1887 ontving hij de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Hij is daarna in 1988 bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is voor een periode van twee jaar (1889-1891) door het Oost-Indische leger weer naar Nederland gestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Hij keerde daarna echter nog niet terug naar Indië omdat hij toen is aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij kreeg daarbij de leeropdracht om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Hij is leraar geweest in de periode 1891-1896. Verschillende van zijn lessen zijn later in boekvorm uitgegeven. Eind 1896 is hij daarna tot kapitein bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na zijn terugkeer in Indië is Nypels allereerst gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten om daarna in 1900 geplaatst te worden bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte hij in Atjeh twee maal gewond door een schotwond en een klewangaanval. Bij de behandeling van de laatste verwonding is een beensplinter in zijn hersenholte achtergebleven. Hierdoor moest hij met spoed voor behandeling met gezondheidsverlof naar Nederland. Tijdens dit verlof is hij in 1903 tot majoor bevorderd. Daarna is hij in 1904 op grond van zijn verwonding eervol ontslagen en gepensioneerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Bij die organisatie is hij in 1912 benoemd als districtscommandant. Tijdens de mobilisatie in 1914 werd hij eerst commandant van het 35e bataljon landweerinfanterie en kort daarna commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie. In hetzelfde jaar is hij bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Bij de beëindiging van het dienstverband bij de Landweer in 1919 had hij de rang van reserve kolonel verkregen. In 1940 is hij benoemd tot generaal-majoor titulair. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode 1912-1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag. Op het moment van installatie van deze raad was hij, zoals aangegeven, ook districtscommandant van de Landweer. Het was toen de vraag of de Gemeentewet deze combinatie van twee functies toestond. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben daarover besloten de toelating van Nypels tot de gemeenteraad te handhaven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebeid en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en &lt;br /&gt;
:* van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad,&lt;br /&gt;
:* van 1922-medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en&lt;br /&gt;
:* van 1 januari 1924-ultimo 1941 hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse (reeds eerder vermeld), Officier Oranje Nassau, Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven en zilveren eerepenning Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Publicaties==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels auteur of co-auteur van onderstaande boekwerken:&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oost-Indische krijgsgeschiedenis&amp;quot;, 1895,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De oorlog in Midden-Java van 1825-1830&amp;quot;, 1895, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 1868 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1897, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie&amp;quot;, 1899,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De verovering van Java door de Engelschen in 1811&amp;quot;, 1901&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1902,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden&amp;quot;, 1905, en &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Hoe Nederland Ceilon verloor&amp;quot;, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bronnen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
:* Nederland&amp;#039;s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
:* Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr.J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
:* Via Delpher &amp;lt;https://www.delpher.nl/nl/kranten&amp;gt; de op pagina Commentaar met de datum genoemde artikelen uit de volgende kranten: Algemeen Handelsblad, Bataviaasch nieuwsblad, Bredasche courant, De locomotief, Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, Het Vaderland, Java-bode, Limburger koerier en Sumatra-courant. &lt;br /&gt;
:* Google Boeken &amp;lt;https://books.google.nl&amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus&amp;diff=165</id>
		<title>George Nypels, militair en koloniaal historicus</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus&amp;diff=165"/>
				<updated>2018-05-24T14:16:10Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;strong&amp;gt;(Redactie: drs. Erwin Nypels)&amp;lt;/strong&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mijn grootvader George Nypels is op 5 november 1950 in Den Haag overleden. In de nalatenschap vond mijn moeder Jeanny Thérèse Deutman het boek Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34. Hierin was onder meer een [[Enkele_documenten#Passage uit &amp;quot;Nederland&amp;#039;s Patriciaat&amp;quot;|passage over het leven]] van mijn grootvader opgenomen. In het boek lagen ook een paar bloknootvellen met handgeschreven notities van mijn grootvader zelf. Het waren een aantal aanvullingen en wijzigingen met betrekking tot de gegevens uit de genoemde jaargang van het Nederland’s Patriciaat over de familie Nypels in het algemeen en in het bijzonder over hemzelf. De notities kenden geen datum van de samenstelling. Omdat hierin het jaar 1942 wordt genoemd zijn ze dus geschreven in of na dat jaar. De aanvullingen en wijzigingen waren kennelijk bedoeld voor een aanvulling in een latere jaargang van Nederland’s Patriciaat na de Tweede Wereldoorlog. Dat blijkt uit de eerste regels van de notities die bestemd zouden zijn geweest voor de heer J. Philippens in Maastricht. Dit was een van de medewerkers van de Stichting Nederland’s Patriciaat. Het is echter niet tot een (aanvullende) publicatie gekomen. Er is geen indicatie gevonden hoe dit komt. Toen mijn moeder in 1992, eveneens in Den Haag, overleed kwam de Jaargang 1933/34 van Nederland’s Patriciaat (hierna te noemen “het blauwe boekje”) met de bloknootaantekeningen in bezit van mij, de kleinzoon. Omdat mijn grootvader niet alleen een militaire loopbaan heeft gehad waarin hij een Militaire Willems-Orde verkreeg, maar speciaal ook omdat hij een interessante koloniaal historicus bleek te zijn, wil ik in deze website meer aandacht vragen voor zijn leven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB. De George Nypels van deze website mag niet verward worden met zijn familielid en naamgenoot George Nypels (geboren 7 oktober 1885, overleden 16 juni 1977), de reiscorrespondent van het Algemeen Handelsblad die vooral bekendheid kreeg door zijn vele reisverslagen uit Europese brandhaarden in de periode tussen de twee wereldoorlogen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB. Een ieder krijgt het recht om de inhoud en afbeeldingen van deze website onder voorwaarden te bewerken, gebruiken en verspreiden. De belangrijkste voorwaarde is dat een juiste bronvermelding plaats vindt. (Zie verder de pagina Voorbehoud.)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=164</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=164"/>
				<updated>2018-05-24T13:29:15Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Gevonden_notities|de loopbaan van George Nypels]] op de vorige pagina is, zoals vermeld, ontleend aan zijn [[Enkele_documenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via het door de Koninklijke Bibliotheek ontwikkelde instituut &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje, de Nypels-genealogie en enkele hieronder genoemde kranten bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940, en in Het Vaderland (09-05-1942), dat er bij vermeldt dat dit gebeurde bij het 125-jarig bestaan van de Militaire Willems-Orde toen Nypels zijn jubileum vierde van 55 jaar Ridder van deze Orde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL. Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Het Vaderland van 09-05-1942 vermeldt dat hij daarna op 10 maart 1988 werd bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Drie berichten van de Sumatra-courant (12-09-1889), Bataviaasch nieuwsblad (25-10-1890) en De locomotief (05-08-1891) geven aan dat Nypels door het Oost-Indische leger weer voor een periode van twee jaar (1889 - 1891) naar Nederland is teruggestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Het laatste bericht van De locomotief meldt bovendien dat bij Koninklijk Besluit van 11 september 1891 is bepaald dat Nypels per 1 september 1891 wordt aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. (Hij keerde dus nog niet terug naar Indië.) De locomotief van 23-05-1896 vermeldt tevens dat Nypels als leraar de opdracht kreeg om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Verschillende van zijn lessen zijn daarna in boekvorm uitgegeven. De Sumatra-courant van 22-08-1896 bevat het bericht dat hij per 1 september 1896 eervol ontheven is van zijn betrekking als leraar. Het Vaderland (09-05-1942) geeft aan dat hij daarna op 14 september bevorderd is tot kapitein. De locomotief bericht op 07-10-1896 dat kapitein Nypels in december van dat jaar zal terugkeren naar Indië.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit artikelen in de Java-bode (13-12-1895 en 16-11-1897) en De locomotief (26-10-1897 en 11-12-1897) blijkt dat Nypels na zijn terugkeer in Indië naar aanleiding van de gevolgde lessen aan de Krijgsschool allereerst is gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten (kennelijk om de geleerde nieuwe militaire inzichten over te dragen). De krantenartikelen noemen onder meer detacheringen bij het 8e bataljon infanterie, de tweede bergbatterij en de eerste bergbatterij. Uit Het Vaderland van 09-05-1942 blijkt dat hij na deze detacheringen op 10 februari 1900 werd geplaatst bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte Nypels in Atjeh tweemaal gewond. Het Vaderland (09-05-1942) vermeldt dat hij begin 1902 door een schot in de linkerbovenarm is gewond en dat hij in juli van dat jaar gewond is geraakt bij een klewangaanval. De Locomotief (11-09-1902) bericht hier nog over dat na behandeling van de wonden in het hospitaal bleek dat een beensplinter in de hersenholte was achtergebleven. Deze verwonding was dermate ernstig dat aan Nypels een spoedcertificaat is uitgereikt voor gezondheidsverlof om behandeling in Nederland mogelijk te maken. Het eerder genoemde artikel in Het Vaderland geeft aan dat hij tijdens dit verlof in juli 1903 tot majoor is bevorderd. Het nieuws van den dag voor Nederlands-Indië van 22-06-1904 bevat voorts het volgende bericht: &amp;quot;Bij koninklijk besluit van 18 April 1904 no. 58 is de met verlof in Nederland aanwezige majoor der infanterie van het Nederlandsch-Indische leger G. Nijpels ter zake van lichaamsgebreken, het gevolg van verwonding in den strijd bekomen, met ingang van 1 Mei 1904, eervol uit Hr. Ms. militaire  dienst ontslagen, onder toekenning van pensioen.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Het Algemeen Handelsblad van 14-03-1915 geeft aan dat hij op het moment van installatie als lid van de gemeenteraad van Den Haag tevens districtscommandant bij de Landweer was (waartoe hij bij Koninklijk Besluit van 19 october 1912 benoemd was). Het was toen zelfs de vraag of combinatie van die twee functies volgens de Gemeentewet wel was toegestaan. Maar Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland besloten het besluit van de Gemeenteraad van Den Haag tot toelating van Nypels te handhaven. Uit de Bredasche courant van 23-10-1914 en Het Vaderland van 09-05-1942 blijkt dat hij bij de mobilisatie in 1914 commandant van het 35e bataljon  landweerinfanterie werd en kort daarna commandant van de &amp;quot;groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie&amp;quot;. Hij werd met ingang van 25 oktober 1914 bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Volgens het blauwe boekje, de Nypels-genealogie en De Limburger koerier (27-04-1940) had hij bij de beëindiging van zijn dienstverband bij de Landweer in 1919 de rang van reserve kolonel verkregen.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de volgende pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Maar over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. De onderscheiding Officier in de Orde van Oranje Nassau wordt vermeld in de overlijdensadvertentie en het begeleidend redactionele artikel in het Algemeen Handelsblad van 09-11-1950. Het Bataviaasch nieuwsblad van 07-01-1903 bevat voorts het bericht dat bij Koninklijk Besluit van 19 november aan G. Nijpels de zilveren eerepenning is toegekend als blijk van waardering zijner belangstelling in &amp;#039;s Rijks wetenschappelijke en kunstverzamelingen. En Het Vaderland van 09-05-1942 geeft als informatie dat hij het &amp;quot;Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven&amp;quot; met de gesp Atjeh 1873-1890 verwierf waaraan later nog de gesp 1901-1905 is toegevoegd.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels in het algemeen een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Er zijn geen strijdigheden met de door ons gevonden publicaties aangetroffen. In enkele gevallen was het niet mogelijk om de exacte data van een gebeurtenis vast te stellen. In een klein aantal andere gevallen is in de gevonden bronnen (nog) geen bevestiging gevonden.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de volgende pagina heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan Nypels de (mede)auteur was. Ze illustreren dat hij vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Opmerkelijk is voorts dat de meeste in deze website genoemde boeken waarvan George Nypels auteur of co-auteur is, momenteel in de vorm van een fotografische heruitgave in de Verenigde Staten en in Finland verkrijgbaar zijn.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Gevonden_notities&amp;diff=163</id>
		<title>Gevonden notities</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Gevonden_notities&amp;diff=163"/>
				<updated>2018-05-24T13:02:25Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Zoals aangegeven op de [[George Nypels, militair en koloniaal historicus|hoofdpagina]] betreffen de [[Enkele_documenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|bloknootaantekeningen]] van mijn grootvader aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34.  Het betreft ook andere Nypelsen dan hijzelf. Voorzover het hemzelf aangaat geeft hij een overzicht van zijn beide huwelijken en zijn kinderen en kleinkinderen alsmede een overzicht van zijn loopbaan op verschillende terreinen. In deze website wordt uitsluitend ingegaan op de  loopbaan van mijn grootvader omdat het blauwe boekje reeds  informatie geeft over zijn huwelijken en nakomelingen. Nadere gegevens over zijn huwelijken en nakomelingen zijn verder nog te vinden in [[Enkele_documenten#Genealogie van de familie Nypels|Genealogie van de familie Nypels]] door H.C.M. Nypels en Mr. J.W.A.M. Nypels (hierna te noemen “de Nypels-genealogie”) van 11 juli 1977. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De notities bevatten over de loopbaan van mijn grootvader de volgende gegevens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:George Nypels is geboren in Maastricht op 9 augustus 1859. Hij werd in 1882 in Maastricht 2e luitenant der infanterie van het Nederlandse leger. In 1884 ging hij over naar het leger in Oost Indië. In 1889 keerde hij terug naar Nederland, naar de krijgsschool in den Haag (tot 1891). In de periode 1891 - 1896 werd hij leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Als kapitein is hij daarna opnieuw naar Oost Indië gestuurd waar hij in 1900 toetrad tot de generale staf. In 1902 raakte hij bij gevechten in Atjeh twee maal gewond. Dientengevolge ging hij twee jaar met gezondheidsverlof naar Nederland. In 1903 is hij bevorderd tot majoor. In 1904 werd hij in verband met zijn verwonding afgekeurd en gepensioneerd. In de periode 1910 – 1913 was hij nog wel lid van de studiecommissie voor reorganisatie van het militaire onderwijs,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:In 1912 kwam Nypels weer in dienst als landweer districtscommandant. In 1914 is hij gemobiliseerd. Hij werd toen commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandse Waterlinie met de rang van reserve luitenant-kolonel. In 1918 is hij bevorderd tot reserve kolonel. In 1919 kreeg hij op verzoek eervol ontslag waarna hij terugkeerde  naar den Haag. In 1940 verkreeg hij de rang generaal-majoor tit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:In de periode 1912 – 1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag (NB.: in 1914 gemobiliseerd). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebied en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en&lt;br /&gt;
:*van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad, &lt;br /&gt;
:*van 1922 – medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en &lt;br /&gt;
:*van 1 januari 1924 – ultimo 1941 (toen het maandblad door de Duitse autoriteiten werd stopgezet) hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:Nypels was van 1910 – 1942 mededirecteur Delftsche ziekenfonds.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse, Officier Oranje Nassau, Eereteken voor belangrijke krijgsbedrijven, zilveren draagpenning voor verdienste Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie voor een integrale weergave van de desbetreffende delen van de notities de pagina [[Enkele documenten]].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus&amp;diff=162</id>
		<title>George Nypels, militair en koloniaal historicus</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus&amp;diff=162"/>
				<updated>2018-05-24T13:00:19Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;strong&amp;gt;(Redactie: drs. Erwin Nypels)&amp;lt;/strong&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mijn grootvader George Nypels is op 5 november 1950 in Den Haag overleden. In de nalatenschap vond mijn moeder Jeanny Thérèse Deutman het boek Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34. Hierin was onder meer een passage over het leven van mijn grootvader opgenomen. In het boek lagen ook een paar bloknootvellen met handgeschreven notities van mijn grootvader zelf. Het waren een aantal aanvullingen en wijzigingen met betrekking tot de gegevens uit de genoemde jaargang van het Nederland’s Patriciaat over de familie Nypels in het algemeen en in het bijzonder over hemzelf. De notities kenden geen datum van de samenstelling. Omdat hierin het jaar 1942 wordt genoemd zijn ze dus geschreven in of na dat jaar. De aanvullingen en wijzigingen waren kennelijk bedoeld voor een aanvulling in een latere jaargang van Nederland’s Patriciaat na de Tweede Wereldoorlog. Dat blijkt uit de eerste regels van de notities die bestemd zouden zijn geweest voor de heer J. Philippens in Maastricht. Dit was een van de medewerkers van de Stichting Nederland’s Patriciaat. Het is echter niet tot een (aanvullende) publicatie gekomen. Er is geen indicatie gevonden hoe dit komt. Toen mijn moeder in 1992, eveneens in Den Haag, overleed kwam de Jaargang 1933/34 van Nederland’s Patriciaat (hierna te noemen “het blauwe boekje”) met de bloknootaantekeningen in bezit van mij, de kleinzoon. Omdat mijn grootvader niet alleen een militaire loopbaan heeft gehad waarin hij een Militaire Willems-Orde verkreeg, maar speciaal ook omdat hij een interessante koloniaal historicus bleek te zijn, wil ik in deze website meer aandacht vragen voor zijn leven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB. De George Nypels van deze website mag niet verward worden met zijn familielid en naamgenoot George Nypels (geboren 7 oktober 1885, overleden 16 juni 1977), de reiscorrespondent van het Algemeen Handelsblad die vooral bekendheid kreeg door zijn vele reisverslagen uit Europese brandhaarden in de periode tussen de twee wereldoorlogen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB. Een ieder krijgt het recht om de inhoud en afbeeldingen van deze website onder voorwaarden te bewerken, gebruiken en verspreiden. De belangrijkste voorwaarde is dat een juiste bronvermelding plaats vindt. (Zie verder de pagina Voorbehoud.)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=161</id>
		<title>Getraceerde loopbaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=161"/>
				<updated>2018-05-23T23:33:29Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
George Nypels is geboren op 9 augustus 1859 in Maastricht. Hij is in 1882 benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie van het Nederlandse leger. Eind 1883 is hij naar Nederlands Indië vertrokken omdat hij is overgegaan naar het Oost-Indische leger, het latere KNIL. In 1887 ontving hij de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Hij is daarna in 1988 bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is voor een periode van twee jaar (1889-1891) door het Oost-Indische leger weer naar Nederland gestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Hij keerde daarna echter nog niet terug naar Indië omdat hij toen is aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij kreeg daarbij de leeropdracht om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Hij is leraar geweest in de periode 1891-1896. Verschillende van zijn lessen zijn later in boekvorm uitgegeven. Eind 1896 is hij daarna tot kapitein bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na zijn terugkeer in Indië is Nypels allereerst gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten om daarna in 1900 geplaatst te worden bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte hij in Atjeh twee maal gewond door een schotwond en een klewangaanval. Bij de behandeling van de laatste verwonding is een beensplinter in zijn hersenholte achtergebleven. Hierdoor moest hij met spoed voor behandeling met gezondheidsverlof naar Nederland. Tijdens dit verlof is hij in 1903 tot majoor bevorderd. Daarna is hij in 1904 op grond van zijn verwonding eervol ontslagen en gepensioneerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Bij die organisatie is hij in 1912 benoemd als districtscommandant. Tijdens de mobilisatie in 1914 werd hij eerst commandant van het 35e bataljon landweerinfanterie en kort daarna commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie. In hetzelfde jaar is hij bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Bij de beëindiging van het dienstverband bij de Landweer in 1919 had hij de rang van reserve kolonel verkregen. In 1940 is hij benoemd tot generaal-majoor titulair. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode 1912-1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag. Op het moment van installatie van deze raad was hij, zoals aangegeven, ook districtscommandant van de Landweer. Het was toen de vraag of de Gemeentewet deze combinatie van twee functies toestond. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben daarover besloten de toelating van Nypels tot de gemeenteraad te handhaven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebeid en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en &lt;br /&gt;
:* van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad,&lt;br /&gt;
:* van 1922-medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en&lt;br /&gt;
:* van 1 januari 1924-ultimo 1941 hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse (reeds eerder vermeld), Officier Oranje Nassau, Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven en zilveren eerepenning Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Publicaties==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels auteur of co-auteur van onderstaande boekwerken:&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oost-Indische krijgsgeschiedenis&amp;quot;, 1895,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De oorlog in Midden-Java van 1825-1830&amp;quot;, 1895, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 1868 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1897, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie&amp;quot;, 1899,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De verovering van Java door de Engelschen in 1811&amp;quot;, 1901&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1902,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden&amp;quot;, 1905, en &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Hoe Nederland Ceilon verloor&amp;quot;, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bronnen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
:* Nederland&amp;#039;s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
:* Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr.J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
:* Via Delpher &amp;lt;https://www.delpher.nl/nl/kranten&amp;gt; de op pagina Commentaar met de datum genoemde artikelen uit de volgende kranten: Algemeen Handelsblad, Bataviaasch nieuwsblad, Bredasche courant, De locomotief, Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, Het Vaderland, Java-bode, Limburger koerier en Sumatra-courant. &lt;br /&gt;
:* Google Boeken &amp;lt;https://books.google&amp;#039;nl&amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=160</id>
		<title>Getraceerde loopbaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=160"/>
				<updated>2018-05-23T23:05:00Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
George Nypels is geboren op 9 augustus 1859 in Maastricht. Hij is in 1882 benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie van het Nederlandse leger. Eind 1883 is hij naar Nederlands Indië vertrokken omdat hij is overgegaan naar het Oost-Indische leger, het latere KNIL. In 1887 ontving hij de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Hij is daarna in 1988 bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is voor een periode van twee jaar (1889-1891) door het Oost-Indische leger weer naar Nederland gestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Hij keerde daarna echter nog niet terug naar Indië omdat hij toen is aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij kreeg daarbij de leeropdracht om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Hij is leraar geweest in de periode 1891-1896. Verschillende van zijn lessen zijn later in boekvorm uitgegeven. Eind 1896 is hij daarna tot kapitein bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na zijn terugkeer in Indië is Nypels allereerst gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten om daarna in 1900 geplaatst te worden bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte hij in Atjeh twee maal gewond door een schotwond en een klewangaanval. Bij de behandeling van de laatste verwonding is een beensplinter in zijn hersenholte achtergebleven. Hierdoor moest hij met spoed voor behandeling met gezondheidsverlof naar Nederland. Tijdens dit verlof is hij in 1903 tot majoor bevorderd. Daarna is hij in 1904 op grond van zijn verwonding eervol ontslagen en gepensioneerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Bij die organisatie is hij in 1912 benoemd als districtscommandant. Tijdens de mobilisatie in 1914 werd hij eerst commandant van het 35e bataljon landweerinfanterie en kort daarna commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie. In hetzelfde jaar is hij bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Bij de beëindiging van het dienstverband bij de Landweer in 1919 had hij de rang van reserve kolonel verkregen. In 1940 is hij benoemd tot generaal-majoor titulair. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode 1912-1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag. Op het moment van installatie van deze raad was hij, zoals aangegeven, ook districtscommandant van de Landweer. Het was toen de vraag of de Gemeentewet deze combinatie van twee functies toestond. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben daarover besloten de toelating van Nypels tot de gemeenteraad te handhaven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebeid en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en &lt;br /&gt;
:* van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad,&lt;br /&gt;
:* van 1922-medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en&lt;br /&gt;
:* van 1 januari 1924-ultimo 1941 hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse (reeds eerder vermeld), Officier Oranje Nassau, Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven en zilveren eerepenning Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Publicaties==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels auteur of co-auteur van onderstaande boekwerken:&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oost-Indische krijgsgeschiedenis&amp;quot;, 1895,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De oorlog in Midden-Java van 1825-1830&amp;quot;, 1895, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 1868 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1897, &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie&amp;quot;, 1899,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;De verovering van Java door de Engelschen in 1811&amp;quot;, 1901&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1902,&lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden&amp;quot;, 1905, en &lt;br /&gt;
:* &amp;quot;Hoe Nederland Ceilon verloor&amp;quot;, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bronnen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
:* Nederland&amp;#039;s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
:* Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr.J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
:* Via Delpher &amp;lt;https://www.delpher.nl/nl/kranten&amp;gt; de op pagina Commentaar met name en datum genoemde artikelen uit de volgende kranten: Algemeen Handelsblad, Bataviaasch nieuwsblad, Bredasche courant, De locomotief, Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, Het Vaderland, Java-bode, Limburger koerier en Sumatra-courant. &lt;br /&gt;
:* Google Boeken &amp;lt;https://books.google&amp;#039;nl&amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=159</id>
		<title>Getraceerde loopbaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=159"/>
				<updated>2018-05-23T22:49:01Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
George Nypels is geboren op 9 augustus 1859 in Maastricht. Hij is in 1882 benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie van het Nederlandse leger. Eind 1883 is hij naar Nederlands Indië vertrokken omdat hij is overgegaan naar het Oost-Indische leger, het latere KNIL. In 1887 ontving hij de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Hij is daarna in 1988 bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is voor een periode van twee jaar (1889-1891) door het Oost-Indische leger weer naar Nederland gestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Hij keerde daarna echter nog niet terug naar Indië omdat hij toen is aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij kreeg daarbij de leeropdracht om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Hij is leraar geweest in de periode 1891-1896. Verschillende van zijn lessen zijn later in boekvorm uitgegeven. Eind 1896 is hij daarna tot kapitein bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na zijn terugkeer in Indië is Nypels allereerst gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten om daarna in 1900 geplaatst te worden bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte hij in Atjeh twee maal gewond door een schotwond en een klewangaanval. Bij de behandeling van de laatste verwonding is een beensplinter in zijn hersenholte achtergebleven. Hierdoor moest hij met spoed voor behandeling met gezondheidsverlof naar Nederland. Tijdens dit verlof is hij in 1903 tot majoor bevorderd. Daarna is hij in 1904 op grond van zijn verwonding eervol ontslagen en gepensioneerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Bij die organisatie is hij in 1912 benoemd als districtscommandant. Tijdens de mobilisatie in 1914 werd hij eerst commandant van het 35e bataljon landweerinfanterie en kort daarna commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie. In hetzelfde jaar is hij bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Bij de beëindiging van het dienstverband bij de Landweer in 1919 had hij de rang van reserve kolonel verkregen. In 1940 is hij benoemd tot generaal-majoor titulair. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode 1912-1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag. Op het moment van installatie van deze raad was hij, zoals aangegeven, ook districtscommandant van de Landweer. Het was toen de vraag of de Gemeentewet deze combinatie van twee functies toestond. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben daarover besloten de toelating van Nypels tot de gemeenteraad te handhaven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebeid en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en &lt;br /&gt;
 * van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad,&lt;br /&gt;
 * van 1922-medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en&lt;br /&gt;
 * van 1 januari 1924-ultimo 1941 hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse (reeds eerder vermeld), Officier Oranje Nassau, Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven en zilveren eerepenning Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Publicaties==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels auteur of co-auteur van onderstaande boekwerken:&lt;br /&gt;
 * &amp;quot;Oost-Indische krijgsgeschiedenis&amp;quot;, 1895,&lt;br /&gt;
 * &amp;quot;De oorlog in Midden-Java van 1825-1830&amp;quot;, 1895, &lt;br /&gt;
 * &amp;quot;De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 1868 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1897, &lt;br /&gt;
 * &amp;quot;Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie&amp;quot;, 1899,&lt;br /&gt;
 * &amp;quot;De verovering van Java door de Engelschen in 1811&amp;quot;, 1901&lt;br /&gt;
 * &amp;quot;Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1902,&lt;br /&gt;
 * &amp;quot;Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden&amp;quot;, 1905, en &lt;br /&gt;
 * &amp;quot;Hoe Nederland Ceilon verloor&amp;quot;, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bronnen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 * Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
 * Nederland&amp;#039;s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
 * Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr.J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
 * Via Delpher &amp;lt;https://www.delpher.nl/nl/kranten&amp;gt; de op pagina Commentaar met name en datum genoemde artikelen uit de volgende kranten: Algemeen Handelsblad, Bataviaasch nieuwsblad, Bredasche courant, De locomotief, Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, Het Vaderland, Java-bode, Limburger koerier en Sumatra-courant. &lt;br /&gt;
 * Google Boeken &amp;lt;https://books.google&amp;#039;nl&amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=158</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=158"/>
				<updated>2018-05-23T22:30:31Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Gevonden_notities|de loopbaan van George Nypels]] op de vorige pagina is, zoals vermeld, ontleend aan zijn [[Enkele_documenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via het door de Koninklijke Bibliotheek ontwikkelde instituut &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje, de Nypels-genealogie en enkele hieronder genoemde kranten bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940, en in Het Vaderland (09-05-1942), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij het 125-jarig bestaan van de Militaire Willems-Orde toen Nypels zijn jubileum vierde van 55 jaar Ridder van deze Orde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL. Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Het Vaderland van 09-05-2042 vermeldt dat hij daarna op 10 maart 1988 werd bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Drie berichten van de Sumatra-courant (12-09-1889), Bataviaasch nieuwsblad (25-10-1890) en De locomotief (05-08-1891) geven aan dat Nypels door het Oost-Indische leger weer voor een periode van twee jaar (1889 - 1891) naar Nederland is teruggestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Het laatste bericht van de Locomotief meldt bovendien dat bij Koninklijk Besluit van 11 september 1891 is bepaald dat Nypels per 1 september 1891 wordt aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. (Hij keerde dus nog niet terug naar Indië.) De locomotief van 23-05-1896 vermeldt tevens dat Nypels als leraar de opdracht kreeg om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Verschillende van zijn lessen zijn daarna in boekvorm uitgegeven. De Sumatra-courant van 22-08-1896 bevat het bericht dat hij per 1 september 1896 eervol ontheven is van zijn betrekking als leraar. Het Vaderland (09-05-1942) geeft aan dat hij daarna op 14 september bevorderd is tot kapitein. De locomotief bericht op 07-10-1896 dat kapitein Nypels in december van dat jaar zal terugkeren naar Indië.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit artikelen in de Java-bode (13-12-1895 en 16-11-1897) en De locomotief (26-10-1897 en 11-12-1897) blijkt dat Nypels na zijn terugkeer in Indië naar aanleiding van de gevolgde lessen aan de Krijgsschool allereerst is gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten (kennelijk om de geleerde nieuwe militaire inzichten over te dragen). De krantenartikelen noemen onder meer detacheringen bij het 8e bataljon infanterie, de tweede bergbatterij en de eerste bergbatterij. Uit Het Vaderland van 09-05-1942 blijkt dat hij na deze detacheringen op 10 februari 1900 werd geplaatst bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte Nypels in Atjeh tweemaal gewond. Het Vaderland (09-05-1942) vermeldt dat hij begin 1902 door een schot in de linkerbovenarm is gewond en dat hij in juli van dat jaar gewond is geraakt bij een klewangaanval. De Locomotief (11-09-1902) bericht hier nog over dat na behandeling van de wonden in het hospitaal bleek dat een beensplinter in de hersenholte was achtergebleven. Deze verwonding was dermate ernstig dat aan Nypels een spoedcertificaat is uitgereikt voor gezondheidsverlof om behandeling in Nederland mogelijk te maken. Het eerder genoemde artikel in het Vaderland geeft aan dat hij tijdens dit verlof in juli 1903 tot majoor is bevorderd. Het nieuws van den dag voor Nederlands-Indië van 22-06-1904 bevat voorts het volgende bericht: &amp;quot;Bij koninklijk besluit van 18 April 1904 no. 58 is de met verlof in Nederland aanwezige majoor der infanterie van het Nederlandsch-Indische leger G. Nijpels ter zake van lichaamsgebreken, het gevolg van verwonding in den strijd bekomen, met ingang van 1 Mei 1904, eervol uit Hr. Ms. militaire  dienst ontslagen, onder toekenning van pensioen.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Het Algemeen Handelsblad van 14-03-1915 geeft aan dat hij op het moment van installatie als lid van de gemeenteraad van Den Haag tevens districtscommandant bij de Landweer was (waartoe hij bij Koninklijk Besluit van 19 october 1912 benoemd was). Het was toen zelfs de vraag of combinatie van die twee functies volgens de Gemeentewet wel was toegestaan. Maar Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland besloten het besluit van de Gemeenteraad van Den Haag tot toelating van Nypels te handhaven. Uit de Bredasche courant van 23-10-1914 en Het Vaderland van 09-05-1942 blijkt dat hij bij de mobilisatie in 1914 commandant van het 35e bataljon  landweerinfanterie werd en kort daarna commandant van de &amp;quot;groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie&amp;quot;. Hij werd met ingang van 25 oktober 1914 bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Volgens het blauwe boekje, de Nypels-genealogie en De Limburger koerier (27-04-1940) had hij bij de beëindiging van zijn dienstverband bij de Landweer in 1919 de rang van reserve kolonel verkregen.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de volgende pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Maar over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. De onderscheiding Officier in de Orde van Oranje Nassau wordt vermeld in de overlijdensadvertentie en het begeleidend redactionele artikel in het Algemeen Handelsblad van 09-11-1950. Het Bataviaasch nieuwsblad van 07-01-1903 bevat voorts het bericht dat bij Koninklijk Besluit van 19 november aan G. Nijpels de zilveren eerepenning is toegekend als blijk van waardering zijner belangstelling in &amp;#039;s Rijks wetenschappelijke en kunstverzamelingen. En Het Vaderland van 09-05-1942 geeft als informatie dat hij het &amp;quot;Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven&amp;quot; met de gesp Atjeh 1873-1890 verwierf waaraan later nog de gesp 1901-1905 is toegevoegd.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels in het algemeen een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Er zijn geen strijdigheden met de door ons gevonden publicaties aangetroffen. In enkele gevallen was het niet mogelijk om de exacte data van een gebeurtenis vast te stellen. In een klein aantal andere gevallen is in de gevonden bronnen (nog) geen bevestiging gevonden.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de volgende pagina heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan Nypels de (mede)auteur was. Ze illustreren dat hij vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=157</id>
		<title>Getraceerde loopbaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=157"/>
				<updated>2018-05-22T21:14:38Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
George Nypels is geboren op 9 augustus 1859 in Maastricht. Hij is in 1882 benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie van het Nederlandse leger. Eind 1883 is hij naar Nederlands Indië vertrokken omdat hij is overgegaan naar het Oost-Indische leger, het latere KNIL. In 1887 ontving hij de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Hij is daarna in 1988 bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is voor een periode van twee jaar (1889-1891) door het Oost-Indische leger weer naar Nederland gestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Hij keerde daarna echter nog niet terug naar Indië omdat hij toen is aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij kreeg daarbij de leeropdracht om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Hij is leraar geweest in de periode 1891-1896. Verschillende van zijn lessen zijn later in boekvorm uitgegeven. Eind 1896 is hij daarna tot kapitein bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na zijn terugkeer in Indië is Nypels allereerst gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten om daarna in 1900 geplaatst te worden bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte hij in Atjeh twee maal gewond door een schotwond en een klewangaanval. Bij de behandeling van de laatste verwonding is een beensplinter in zijn hersenholte achtergebleven. Hierdoor moest hij met spoed voor behandeling met gezondheidsverlof naar Nederland. Tijdens dit verlof is hij in 1903 tot majoor bevorderd. Daarna is hij in 1904 op grond van zijn verwonding eervol ontslagen en gepensioneerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Bij die organisatie is hij in 1912 benoemd als districtscommandant. Tijdens de mobilisatie in 1914 werd hij eerst commandant van het 35e bataljon landweerinfanterie en kort daarna commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie. In hetzelfde jaar is hij bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Bij de beëindiging van het dienstverband bij de Landweer in 1919 had hij de rang van reserve kolonel verkregen. In 1940 is hij benoemd tot generaal-majoor titulair. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode 1912-1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag. Op het moment van installatie van deze raad was hij, zoals aangegeven, ook districtscommandant van de Landweer. Het was toen de vraag of de Gemeentewet deze combinatie van twee functies toestond. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben daarover besloten de toelating van Nypels tot de gemeenteraad te handhaven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebeid en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 * van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad,&lt;br /&gt;
 * van 1922-medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en&lt;br /&gt;
 * van 1 januari 1924-ultimo 1941 hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse (reeds eerder vermeld), Officier Oranje Nassau, Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven en zilveren eerepenning Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Publicaties==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels auteur of co-auteur van onderstaande boekwerken:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 * &amp;quot;Oost-Indische krijgsgeschiedenis&amp;quot;, 1895,&lt;br /&gt;
 * &amp;quot;De oorlog in Midden-Java van 1825-1830&amp;quot;, 1895, &lt;br /&gt;
 * &amp;quot;De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 1868 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1897, &lt;br /&gt;
 * &amp;quot;Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie&amp;quot;, 1899,&lt;br /&gt;
 * &amp;quot;De verovering van Java door de Engelschen in 1811&amp;quot;, 1901&lt;br /&gt;
 * &amp;quot;Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1902,&lt;br /&gt;
 * &amp;quot;Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden&amp;quot;, 1905, en &lt;br /&gt;
 * &amp;quot;Hoe Nederland Ceilon verloor&amp;quot;, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bronnen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 * Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
 * Nederland&amp;#039;s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
 * Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr.J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
 * Via Delpher de op pagina Commentaar met name en datum genoemde artikelen uit de volgende kranten: Algemeen Handelsblad, Bataviaasch nieuwsblad, Bredasche courant, De locomotief, Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, Het Vaderland, Java-bode, Limburger koerier en Sumatra-courant. &lt;br /&gt;
 * Google Boeken &amp;lt;https://books.google&amp;#039;nl&amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Gevonden_notities&amp;diff=156</id>
		<title>Gevonden notities</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Gevonden_notities&amp;diff=156"/>
				<updated>2018-05-22T21:09:42Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Zoals aangegeven op de [[George Nypels, militair en koloniaal historicus|hoofdpagina]] betreffen de [[Enkele_documenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|bloknootaantekeningen]] van mijn grootvader aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34.  Het betreft ook andere Nypelsen dan hijzelf. Voorzover het hemzelf aangaat geeft hij een overzicht van zijn beide huwelijken en zijn kinderen en kleinkinderen alsmede een overzicht van zijn loopbaan op verschillende terreinen. In deze website wordt uitsluitend ingegaan op de  loopbaan van mijn grootvader omdat het blauwe boekje reeds  informatie geeft over zijn huwelijken en nakomelingen. Nadere gegevens over zijn huwelijken en nakomelingen zijn verder nog te vinden in [[Enkele_documenten#Genealogie van de familie Nypels|Genealogie van de familie Nypels]] door H.C.M. Nypels en Mr. J.W.A.M. Nypels (hierna te noemen “de Nypels-genealogie”) van 11 juli 1977. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De notities bevatten over de loopbaan van mijn grootvader de volgende gegevens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:George Nypels is geboren in Maastricht op 9 augustus 1859. Hij werd in 1882 in Maastricht 2e luitenant der infanterie van het Nederlandse leger. In 1884 ging hij over naar het leger in Oost Indië. In 1889 keerde hij terug naar Nederland, naar de krijgsschool in den Haag (tot 1891). In de periode 1891 - 1896 werd hij leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Als kapitein is hij daarna opnieuw naar Oost Indië gestuurd waar hij in 1900 toetrad tot de generale staf. In 1902 raakte hij bij gevechten in Atjeh twee maal gewond. Dientengevolge ging hij twee jaar met gezondheidsverlof naar Nederland. In 1903 is hij bevorderd tot majoor. In 1904 werd hij in verband met zijn verwonding afgekeurd en gepensioneerd. In de periode 1910 – 1913 was hij nog wel lid van de studiecommissie voor reorganisatie van het militaire onderwijs,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:In 1912 kwam Nypels weer in dienst als landweer districtscommandant. In 1914 is hij gemobiliseerd. Hij werd toen commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandse Waterlinie met de rang van reserve luitenant-kolonel. In 1918 is hij bevorderd tot reserve kolonel. In 1919 kreeg hij op verzoek eervol ontslag waarna hij terugkeerde  naar den Haag. In 1940 verkreeg hij de rang generaal-majoor tit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:In de periode 1912 – 1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van den Haag (NB.: in 1914 gemobiliseerd). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebied en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en&lt;br /&gt;
:*van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad, &lt;br /&gt;
:*van 1922 – medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en &lt;br /&gt;
:*van 1 januari 1924 – ultimo 1941 (toen het maandblad door de Duitse autoriteiten werd stopgezet) hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:Nypels was van 1910 – 1942 mededirecteur Delftsche ziekenfonds.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse, Officier Oranje Nassau, Eereteken voor belangrijke krijgsbedrijven, zilveren draagpenning voor verdienste Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie voor een integrale weergave van de desbetreffende delen van de notities de pagina [[Enkele documenten]].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=155</id>
		<title>Getraceerde loopbaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=155"/>
				<updated>2018-05-22T21:00:02Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
George Nypels is geboren op 9 augustus 1859 in Maastricht. Hij is in 1882 benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie van het Nederlandse leger. Eind 1883 is hij naar Nederlands Indië vertrokken omdat hij is overgegaan naar het Oost-Indische leger, het latere KNIL. In 1887 ontving hij de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Hij is daarna in 1988 bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels is voor een periode van twee jaar (1889-1891) door het Oost-Indische leger weer naar Nederland gestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Hij keerde daarna echter nog niet terug naar Indië omdat hij toen is aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij kreeg daarbij de leeropdracht om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Hij is leraar geweest in de periode 1891-1896. Verschillende van zijn lessen zijn later in boekvorm uitgegeven. Eind 1896 is hij daarna tot kapitein bevorderd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na zijn terugkeer in Indië is Nypels allereerst gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten om daarna in 1900 geplaatst te worden bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte hij in Atjeh twee maal gewond door een schotwond en een klewangaanval. Bij de behandeling van de laatste verwonding is een beensplinter in zijn hersenholte achtergebleven. Hierdoor moest hij met spoed voor behandeling met gezondheidsverlof naar Nederland. Tijdens dit verlof is hij in 1903 tot majoor bevorderd. Daarna is hij in 1904 op grond van zijn verwonding eervol ontslagen en gepensioneerd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Bij die organisatie is hij in 1912 benoemd als districtscommandant. Tijdens de mobilisatie in 1914 werd hij eerst commandant van het 35e bataljon landweerinfanterie en kort daarna commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie. In hetzelfde jaar is hij bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Bij de beëindiging van het dienstverband bij de Landweer in 1919 had hij de rang van reserve kolonel verkregen. In 1940 is hij benoemd tot generaal-majoor titulair. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de periode 1912-1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van Den Haag. Op het moment van installatie van deze raad was hij, zoals aangegeven, ook districtscommandant van de Landweer. Het was toen de vraag of de Gemeentewet deze combinatie van twee functies toestond. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben daarover besloten de toelating van Nypels tot de gemeenteraad te handhaven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebeid en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 * van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad,&lt;br /&gt;
 * van 1922-medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en&lt;br /&gt;
 * van 1 januari 1924-ultimo 1941 hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse (reeds eerder vermeld), Officier Oranje Nassau, Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven en zilveren eerepenning Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Publicaties&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels auteur of co-auteur van onderstaande boekwerken:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 * &amp;quot;Oost-Indische krijgsgeschiedenis&amp;quot;, 1895,&lt;br /&gt;
 * &amp;quot;De oorlog in Midden-Java van 1825-1830&amp;quot;, 1895, &lt;br /&gt;
 * &amp;quot;De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 1868 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1897, &lt;br /&gt;
 * &amp;quot;Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie&amp;quot;, 1899,&lt;br /&gt;
 * &amp;quot;De verovering van Java door de Engelschen in 1811&amp;quot;, 1901&lt;br /&gt;
 * &amp;quot;Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen&amp;quot;, 1902,&lt;br /&gt;
 * &amp;quot;Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden&amp;quot;, 1905, en &lt;br /&gt;
 * &amp;quot;Hoe Nederland Ceilon verloor&amp;quot;, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bronnen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 * Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
 * Nederland&amp;#039;s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
 * Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr.J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
 * Via Delpher de op pagina Commentaar met name en datum genoemde artikelen uit de volgende kranten: Algemeen Handelsblad, Bataviaasch nieuwsblad, Bredasche courant, De locomotief, Het nieuws van de dag voor Nederlands-Indië, Het Vaderland, Java-bode, Limburger koerier en Sumatra-courant. &lt;br /&gt;
 * Google Boeken &amp;lt;https://books.google&amp;#039;nl&amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=154</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=154"/>
				<updated>2018-05-22T20:28:55Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Gevonden_notities|de loopbaan van George Nypels]] op de vorige pagina is, zoals vermeld, ontleend aan zijn [[Enkele_documenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via het door de Koninklijke Bibliotheek ontwikkelde instituut &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje en de Nypels-genealogie bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. (Beide bronnen bevestigen overigens eveneens dat de pensionering als beroepsmilitair in 1904 plaats vond wegens zijn verwonding in Atjeh.) Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940, en in Het Vaderland (09-05-1942), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij het 125-jarig bestaan van de Militaire Willems-Orde toen Nypels zijn jubileum vierde van 55 jaar Ridder van deze Orde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL. Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Het Vaderland van 09-05-2042 vermeldt dat hij daarna op 10 maart 1988 werd bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Drie berichten van de Sumatra-courant (12-09-1889), Bataviaasch nieuwsblad (25-10-1890) en De locomotief (05-08-1891) geven aan dat Nypels door het Oost-Indische leger weer voor een periode van twee jaar (1889 - 1891) naar Nederland is teruggestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Het laatste bericht van de Locomotief meldt bovendien dat bij Koninklijk Besluit van 11 september 1891 is bepaald dat Nypels per 1 september 1891 wordt aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. (Hij keerde dus nog niet terug naar Indië.) De locomotief van 23-05-1896 vermeldt tevens dat Nypels als leraar de opdracht kreeg om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Verschillende van zijn lessen zijn daarna in boekvorm uitgegeven. De Sumatra-courant van 22-08-1896 bevat het bericht dat hij per 1 september 1896 eervol ontheven is van zijn betrekking als leraar. Het Vaderland (09-05-1942) geeft aan dat hij daarna op 14 september bevorderd is tot kapitein. De locomotief bericht op 07-10-1896 dat kapitein Nypels in december van dat jaar zal terugkeren naar Indië.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit artikelen in de Java-bode (13-12-1895 en 16-11-1897) en De locomotief (26-10-1897 en 11-12-1897) blijkt dat Nypels na zijn terugkeer in Indië naar aanleiding van de gevolgde lessen aan de Krijgsschool allereerst is gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten (kennelijk om de geleerde nieuwe militaire inzichten over te dragen). De krantenartikelen noemen onder meer detacheringen bij het 8e bataljon infanterie, de tweede bergbatterij en de eerste bergbatterij. Uit Het Vaderland van 09-05-1942 blijkt dat hij na deze detacheringen op 10 februari 1900 werd geplaatst bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte Nypels in Atjeh tweemaal gewond. Het Vaderland (09-05-1942) vermeldt dat hij begin 1902 door een schot in de linkerbovenarm is gewond en dat hij in juli van dat jaar gewond is geraakt bij een klewangaanval. De Locomotief (11-09-1902) bericht hier nog over dat na behandeling van de wonden in het hospitaal bleek dat een beensplinter in de hersenholte was achtergebleven. Deze verwonding was dermate ernstig dat aan Nypels een spoedcertificaat is uitgereikt voor gezondheidsverlof om behandeling in Nederland mogelijk te maken. Het eerder genoemde artikel in het Vaderland geeft aan dat hij tijdens dit verlof in juli 1903 tot majoor is bevorderd. Het nieuws van den dag voor Nederlands-Indië van 22-06-1904 bevat voorts het volgende bericht: &amp;quot;Bij koninklijk besluit van 18 April 1904 no. 58 is de met verlof in Nederland aanwezige majoor der infanterie van het Nederlandsch-Indische leger G. Nijpels ter zake van lichaamsgebreken, het gevolg van verwonding in den strijd bekomen, met ingang van 1 Mei 1904, eervol uit Hr. Ms. militaire  dienst ontslagen, onder toekenning van pensioen.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Het Algemeen Handelsblad van 14-03-1915 geeft aan dat hij op het moment van installatie als lid van de gemeenteraad van Den Haag tevens districtscommandant bij de Landweer was (waartoe hij bij Koninklijk Besluit van 19 october 1912 benoemd was). Het was toen zelfs de vraag of combinatie van die twee functies volgens de Gemeentewet wel was toegestaan. Maar Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland besloten het besluit van de Gemeenteraad van Den Haag tot toelating van Nypels te handhaven. Uit de Bredasche courant van 23-10-1914 en Het Vaderland van 09-05-1942 blijkt dat hij bij de mobilisatie in 1914 commandant van het 35e bataljon  landweerinfanterie werd en kort daarna commandant van de &amp;quot;groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie&amp;quot;. Hij werd met ingang van 25 oktober 1914 bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Volgens het blauwe boekje, de Nypels-genealogie en De Limburger koerier (27-04-1940) had hij bij de beëindiging van zijn dienstverband bij de Landweer in 1919 de rang van reserve kolonel verkregen.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de volgende pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Maar over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. De onderscheiding Officier in de Orde van Oranje Nassau wordt vermeld in de overlijdensadvertentie en het begeleidend redactionele artikel in het Algemeen Handelsblad van 09-11-1950. Het Bataviaasch nieuwsblad van 07-01-1903 bevat voorts het bericht dat bij Koninklijk Besluit van 19 november aan G. Nijpels de zilveren eerepenning is toegekend als blijk van waardering zijner belangstelling in &amp;#039;s Rijks wetenschappelijke en kunstverzamelingen. En Het Vaderland van 09-05-1942 geeft als informatie dat hij het &amp;quot;Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven&amp;quot; met de gesp Atjeh 1873-1890 verwierf waaraan later nog de gesp 1901-1905 is toegevoegd.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels in het algemeen een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Er zijn geen strijdigheden met de door ons gevonden publicaties aangetroffen. In enkele gevallen was het niet mogelijk om de exacte data van een gebeurtenis vast te stellen. In een klein aantal andere gevallen is in de gevonden bronnen (nog) geen bevestiging gevonden.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de volgende pagina heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan Nypels de (mede)auteur was. Ze illustreren dat hij vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=153</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=153"/>
				<updated>2018-05-22T17:51:09Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Gevonden_notities|de loopbaan van George Nypels]] op de vorige pagina is, zoals vermeld, ontleend aan zijn [[Enkele_documenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje en de Nypels-genealogie bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. (Beide bronnen bevestigen overigens eveneens dat de pensionering als beroepsmilitair in 1904 plaats vond wegens zijn verwonding in Atjeh.) Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940, en in Het Vaderland (09-05-1942), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij het 125-jarig bestaan van de Militaire Willems-Orde toen Nypels zijn jubileum vierde van 55 jaar Ridder van deze Orde. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL. Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Het Vaderland van 09-05-2042 vermeldt dat hij daarna op 10 maart 1988 werd bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Drie berichten van de Sumatra-courant (12-09-1889), Bataviaasch nieuwsblad (25-10-1890) en De locomotief (05-08-1891) geven aan dat Nypels door het Oost-Indische leger weer voor een periode van twee jaar (1889 - 1891) naar Nederland is teruggestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Het laatste bericht van de Locomotief meldt bovendien dat bij Koninklijk Besluit van 11 september 1891 is bepaald dat Nypels per 1 september 1891 wordt aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. (Hij keerde dus nog niet terug naar Indië.) De locomotief van 23-05-1896 vermeldt tevens dat Nypels als leraar de opdracht kreeg om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Verschillende van zijn lessen zijn daarna in boekvorm uitgegeven. De Sumatra-courant van 22-08-1896 bevat het bericht dat hij per 1 september 1896 eervol ontheven is van zijn betrekking als leraar. Het Vaderland (09-05-1942) geeft aan dat hij daarna op 14 september bevorderd is tot kapitein. De locomotief bericht op 07-10-1896 dat kapitein Nypels in december van dat jaar zal terugkeren naar Indië.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit artikelen in de Java-bode (13-12-1895 en 16-11-1897) en De locomotief (26-10-1897 en 11-12-1897) blijkt dat Nypels na zijn terugkeer in Indië naar aanleiding van de gevolgde lessen aan de Krijgsschool allereerst is gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten (kennelijk om de geleerde nieuwe militaire inzichten over te dragen). De krantenartikelen noemen onder meer detacheringen bij het 8e bataljon infanterie, de tweede bergbatterij en de eerste bergbatterij. Uit Het Vaderland van 09-05-1942 blijkt dat hij na deze detacheringen op 10 februari 1900 werd geplaatst bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte Nypels in Atjeh tweemaal gewond. Het Vaderland (09-05-1942) vermeldt dat hij begin 1902 door een schot in de linkerbovenarm is gewond en dat hij in juli van dat jaar gewond is geraakt bij een klewangaanval. De Locomotief (11-09-1902) bericht hier nog over dat na behandeling van de wonden in het hospitaal bleek dat een beensplinter in de hersenholte was achtergebleven. Deze verwonding was dermate ernstig dat aan Nypels een spoedcertificaat is uitgereikt voor gezondheidsverlof om behandeling in Nederland mogelijk te maken. Het eerder genoemde artikel in het Vaderland geeft aan dat hij tijdens dit verlof in juli 1903 tot majoor is bevorderd. Het nieuws van den dag voor Nederlands-Indië van 22-06-1904 bevat voorts het volgende bericht: &amp;quot;Bij koninklijk besluit van 18 April 1904 no. 58 is de met verlof in Nederland aanwezige majoor der infanterie van het Nederlandsch-Indische leger G. Nijpels ter zake van lichaamsgebreken, het gevolg van verwonding in den strijd bekomen, met ingang van 1 Mei 1904, eervol uit Hr. Ms. militaire  dienst ontslagen, onder toekenning van pensioen.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Het Algemeen Handelsblad van 14-03-1915 geeft aan dat hij op het moment van installatie als lid van de gemeenteraad van Den Haag tevens districtscommandant bij de Landweer was (waartoe hij bij Koninklijk Besluit van 19 october 1912 benoemd was). Het was toen zelfs de vraag of combinatie van die twee functies volgens de Gemeentewet wel was toegestaan. Maar Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland besloten het besluit van de Gemeenteraad van Den Haag tot toelating van Nypels te handhaven. Uit de Bredasche courant van 23-10-1914 en Het Vaderland van 09-05-1942 blijkt dat hij bij de mobilisatie in 1914 commandant van het 35e bataljon  landweerinfanterie werd en kort daarna commandant van de &amp;quot;groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie&amp;quot;. Hij werd met ingang van 25 oktober 1914 bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Volgens het blauwe boekje, de Nypels-genealogie en De Limburger koerier (27-04-1940) had hij bij de beëindiging van zijn dienstverband bij de Landweer in 1919 de rang van reserve kolonel verkregen.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de volgende pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Maar over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. De onderscheiding Officier in de Orde van Oranje Nassau wordt vermeld in de overlijdensadvertentie en het begeleidend redactionele artikel in het Algemeen Handelsblad van 09-11-1950. Het Bataviaasch nieuwsblad van 07-01-1903 bevat voorts het bericht dat bij Koninklijk Besluit van 19 november aan G. Nijpels de zilveren eerepenning is toegekend als blijk van waardering zijner belangstelling in &amp;#039;s Rijks wetenschappelijke en kunstverzamelingen. En Het Vaderland van 09-05-1942 geeft als informatie dat hij het &amp;quot;Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven&amp;quot; met de gesp Atjeh 1873-1890 verwierf waaraan later nog de gesp 1901-1905 is toegevoegd.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels in het algemeen een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Er zijn geen strijdigheden met de door ons gevonden publicaties aangetroffen. In enkele gevallen was het niet mogelijk om de exacte data van een gebeurtenis vast te stellen. In een klein aantal andere gevallen is in de gevonden bronnen (nog) geen bevestiging gevonden.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de volgende pagina heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan Nypels de (mede)auteur was. Ze illustreren dat hij vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=152</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=152"/>
				<updated>2018-05-22T14:16:14Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Gevonden_notities|de loopbaan van George Nypels]] op de vorige pagina is, zoals vermeld, ontleend aan zijn [[Enkele_documenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje en de Nypels-genealogie bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. (Beide bronnen bevestigen overigens eveneens dat de pensionering als beroepsmilitair in 1904 plaats vond wegens zijn verwonding in Atjeh.) Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL. Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Het Vaderland van 09-05-2042 vermeldt dat hij daarna op 10 maart 1988 werd bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Drie berichten van de Sumatra-courant (12-09-1889), Bataviaasch nieuwsblad (25-10-1890) en De locomotief (05-08-1891) geven aan dat Nypels door het Oost-Indische leger weer voor een periode van twee jaar (1889 - 1891) naar Nederland is teruggestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Het laatste bericht van de Locomotief meldt bovendien dat bij Koninklijk Besluit van 11 september 1891 is bepaald dat Nypels per 1 september 1891 wordt aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. (Hij keerde dus nog niet terug naar Indië.) De locomotief van 23-05-1896 vermeldt tevens dat Nypels als leraar de opdracht kreeg om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Verschillende van zijn lessen zijn daarna in boekvorm uitgegeven. De Sumatra-courant van 22-08-1896 bevat het bericht dat hij per 1 september 1896 eervol ontheven is van zijn betrekking als leraar. Het Vaderland (09-05-1942) geeft aan dat hij daarna op 14 september bevorderd is tot kapitein. De locomotief bericht op 07-10-1896 dat kapitein Nypels in december van dat jaar zal terugkeren naar Indië.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit artikelen in de Java-bode (13-12-1895 en 16-11-1897) en De locomotief (26-10-1897 en 11-12-1897) blijkt dat Nypels na zijn terugkeer in Indië naar aanleiding van de gevolgde lessen aan de Krijgsschool allereerst is gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten (kennelijk om de geleerde nieuwe militaire inzichten over te dragen). De krantenartikelen noemen onder meer detacheringen bij het 8e bataljon infanterie, de tweede bergbatterij en de eerste bergbatterij. Uit Het Vaderland van 09-05-1942 blijkt dat hij na deze detacheringen op 10 februari 1900 werd geplaatst bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte Nypels in Atjeh tweemaal gewond. Het Vaderland (09-05-1942) vermeldt dat hij begin 1902 door een schot in de linkerbovenarm is gewond en dat hij in juli van dat jaar gewond is geraakt bij een klewangaanval. De Locomotief (11-09-1902) bericht hier nog over dat na behandeling van de wonden in het hospitaal bleek dat een beensplinter in de hersenholte was achtergebleven. Deze verwonding was dermate ernstig dat aan Nypels een spoedcertificaat is uitgereikt voor gezondheidsverlof om behandeling in Nederland mogelijk te maken. Het eerder genoemde artikel in het Vaderland geeft aan dat hij tijdens dit verlof in juli 1903 tot majoor is bevorderd. Het nieuws van den dag voor Nederlands-Indië van 22-06-1904 bevat voorts het volgende bericht: &amp;quot;Bij koninklijk besluit van 18 April 1904 no. 58 is de met verlof in Nederland aanwezige majoor der infanterie van het Nederlandsch-Indische leger G. Nijpels ter zake van lichaamsgebreken, het gevolg van verwonding in den strijd bekomen, met ingang van 1 Mei 1904, eervol uit Hr. Ms. militaire  dienst ontslagen, onder toekenning van pensioen.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Het Algemeen Handelsblad van 14-03-1915 geeft aan dat hij op het moment van installatie als lid van de gemeenteraad van Den Haag tevens districtscommandant bij de Landweer was (waartoe hij bij Koninklijk Besluit van 19 october 1912 benoemd was). Het was toen zelfs de vraag of combinatie van die twee functies volgens de Gemeentewet wel was toegestaan. Maar Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland besloten het besluit van de Gemeenteraad van Den Haag tot toelating van Nypels te handhaven. Uit de Bredasche courant van 23-10-1914 en Het Vaderland van 09-05-1942 blijkt dat hij bij de mobilisatie in 1914 commandant van het 35e bataljon  landweerinfanterie werd en kort daarna commandant van de &amp;quot;groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie&amp;quot;. Hij werd met ingang van 25 oktober 1914 bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Volgens het blauwe boekje, de Nypels-genealogie en De Limburger koerier (27-04-1940) had hij bij de beëindiging van zijn dienstverband bij de Landweer in 1919 de rang van reserve kolonel verkregen.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de volgende pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Maar over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. De onderscheiding Officier in de Orde van Oranje Nassau wordt vermeld in de overlijdensadvertentie en het begeleidend redactionele artikel in het Algemeen Handelsblad van 09-11-1950. Het Bataviaasch nieuwsblad van 07-01-1903 bevat voorts het bericht dat bij Koninklijk Besluit van 19 november aan G. Nijpels de zilveren eerepenning is toegekend als blijk van waardering zijner belangstelling in &amp;#039;s Rijks wetenschappelijke en kunstverzamelingen. En Het Vaderland van 09-05-1942 geeft als informatie dat hij het &amp;quot;Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven&amp;quot; met de gesp Atjeh 1873-1890 verwierf waaraan later nog de gesp 1901-1905 is toegevoegd.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels in het algemeen een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Er zijn geen strijdigheden met de door ons gevonden publicaties aangetroffen. In enkele gevallen was het niet mogelijk om de exacte data van een gebeurtenis vast te stellen. In een klein aantal andere gevallen is in de gevonden bronnen (nog) geen bevestiging gevonden.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de volgende pagina heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan Nypels de (mede)auteur was. Ze illustreren dat hij vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=151</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=151"/>
				<updated>2018-05-22T13:57:06Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Gevonden_notities|de loopbaan van George Nypels]] is, zoals vermeld, voor een belangrijk deel ontleend aan zijn [[Enkele_documenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje en de Nypels-genealogie bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. (Beide bronnen bevestigen overigens eveneens dat de pensionering als beroepsmilitair in 1904 plaats vond wegens zijn verwonding in Atjeh.) Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL. Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. Het Vaderland van 09-05-2042 vermeldt dat hij daarna op 10 maart 1988 werd bevorderd tot 1e luitenant. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Drie berichten van de Sumatra-courant (12-09-1889), Bataviaasch nieuwsblad (25-10-1890) en De locomotief (05-08-1891) geven aan dat Nypels door het Oost-Indische leger weer voor een periode van twee jaar (1889 - 1891) naar Nederland is teruggestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Het laatste bericht van de Locomotief meldt bovendien dat bij Koninklijk Besluit van 11 september 1891 is bepaald dat Nypels per 1 september 1891 wordt aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. (Hij keerde dus nog niet terug naar Indië.) De locomotief van 23-05-1896 vermeldt tevens dat Nypels als leraar de opdracht kreeg om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Verschillende van zijn lessen zijn daarna in boekvorm uitgegeven. De Sumatra-courant van 22-08-1896 bevat het bericht dat hij per 1 september 1896 eervol ontheven is van zijn betrekking als leraar. Het Vaderland (09-05-1942) geeft aan dat hij daarna op 14 september bevorderd is tot kapitein. De locomotief bericht op 07-10-1896 dat kapitein Nypels in december van dat jaar zal terugkeren naar Indië.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit artikelen in de Java-bode (13-12-1895 en 16-11-1897) en De locomotief (26-10-1897 en 11-12-1897) blijkt dat Nypels na zijn terugkeer in Indië naar aanleiding van de gevolgde lessen aan de Krijgsschool allereerst is gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten (kennelijk om de geleerde nieuwe militaire inzichten over te dragen). De krantenartikelen noemen onder meer detacheringen bij het 8e bataljon infanterie, de tweede bergbatterij en de eerste bergbatterij. Uit Het Vaderland van 09-05-1942 blijkt dat hij na deze detacheringen op 10 februari 1900 werd geplaatst bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte Nypels in Atjeh tweemaal gewond. Het Vaderland (09-05-1942) vermeldt dat hij begin 1902 door een schot in de linkerbovenarm is gewond en dat hij in juli van dat jaar gewond is geraakt bij een klewangaanval. De Locomotief (11-09-1902) bericht hier nog over dat na behandeling van de wonden in het hospitaal bleek dat een beensplinter in de hersenholte was achtergebleven. Deze verwonding was dermate ernstig dat aan Nypels een spoedcertificaat is uitgereikt voor gezondheidsverlof om behandeling in Nederland mogelijk te maken. Het eerder genoemde artikel in het Vaderland geeft aan dat hij tijdens dit verlof in juli 1903 tot majoor is bevorderd. Het nieuws van den dag voor Nederlands-Indië van 22-06-1904 bevat voorts het volgende bericht: &amp;quot;Bij koninklijk besluit van 18 April 1904 no. 58 is de met verlof in Nederland aanwezige majoor der infanterie van het Nederlandsch-Indische leger G. Nijpels ter zake van lichaamsgebreken, het gevolg van verwonding in den strijd bekomen, met ingang van 1 Mei 1904, eervol uit Hr. Ms. militaire  dienst ontslagen, onder toekenning van pensioen.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Het Algemeen Handelsblad van 14-03-1915 geeft aan dat hij op het moment van installatie als lid van de gemeenteraad van Den Haag tevens districtscommandant bij de Landweer was (waartoe hij bij Koninklijk Besluit van 19 october 1912 benoemd was). Het was toen zelfs de vraag of combinatie van die twee functies volgens de Gemeentewet wel was toegestaan. Maar Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland besloten het besluit van de Gemeenteraad van Den Haag tot toelating van Nypels te handhaven. Uit de Bredasche courant van 23-10-1914 en Het Vaderland van 09-05-1942 blijkt dat hij bij de mobilisatie in 1914 commandant van het 35e bataljon  landweerinfanterie werd en kort daarna commandant van de &amp;quot;groep Gorinchem der Nieuwe Hollandsche Waterlinie&amp;quot;. Hij werd met ingang van 25 oktober 1914 bevorderd tot reserve luitenant kolonel. Volgens het blauwe boekje, de Nypels-genealogie en De Limburger koerier (27-04-1940) had hij bij de beëindiging van zijn dienstverband bij de Landweer in 1919 de rang van reserve kolonel verkregen.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de volgende pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Maar over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. De onderscheiding Officier in de Orde van Oranje Nassau wordt vermeld in de overlijdensadvertentie en het begeleidend redactionele artikel in het Algemeen Handelsblad van 09-11-1950. Het Bataviaasch nieuwsblad van 07-01-1903 bevat voorts het bericht dat bij Koninklijk Besluit van 19 november aan G. Nijpels de zilveren eerepenning is toegekend als blijk van waardering zijner belangstelling in &amp;#039;s Rijks wetenschappelijke en kunstverzamelingen. En Het Vaderland van 09-05-1942 geeft als informatie dat hij het &amp;quot;Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven&amp;quot; met de gesp Atjeh 1873-1890 verwierf waaraan later nog de gesp 1901-1905 is toegevoegd.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels in het algemeen een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Er zijn geen strijdigheden met de door ons gevonden publicaties aangetroffen. In enkele gevallen was het niet mogelijk om de exacte data van een gebeurtenis vast te stellen. In een klein aantal andere gevallen is in de gevonden bronnen (nog) geen bevestiging gevonden.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de volgende pagina heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan Nypels de (mede)auteur was. Ze illustreren dat hij vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=146</id>
		<title>Getraceerde loopbaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Getraceerde_loopbaan&amp;diff=146"/>
				<updated>2018-05-21T19:00:01Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Op grond van de gevonden openbare publicaties kan de loopbaan van George Nypels als volgt worden weergegeven:&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Afbeeldingen&amp;diff=144</id>
		<title>Afbeeldingen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Afbeeldingen&amp;diff=144"/>
				<updated>2018-05-21T18:47:38Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: Erwin heeft pagina Brondocumenten hernoemd naar Enkele documenten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;==&amp;lt;div id=&amp;quot;aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34&amp;quot;&amp;gt;Aanvullingen en wijzigingen in Nypels in &amp;quot;Nederlands&amp;#039;s Patriciaat&amp;quot;, 21e Jrg. 1933/34&amp;lt;/div&amp;gt;==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Scan1.jpg|link={{filepath:Scan1.jpg}}|400px|Passage uit &amp;quot;Aanvullingen en wijzigingen in Nypels in &amp;quot;Nederlands&amp;#039;s Patriciaat&amp;quot;, 21e Jrg. 1922/34 - Pagina 1&amp;quot;]]&amp;amp;nbsp; &amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;[[Bestand:Scan2.jpg|link={{filepath:Scan2.jpg}}|400px|Passage uit &amp;quot;Aanvullingen en wijzigingen in Nypels in &amp;quot;Nederlands&amp;#039;s Patriciaat&amp;quot;, 21e Jrg. 1922/34 - Pagina 2&amp;quot;]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Passage uit &amp;quot;Nederland&amp;#039;s Patriciaat&amp;quot;==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Scan3.jpg|link={{filepath:Scan3.jpg}}|center|400px|Passage uit &amp;quot;Nederland&amp;#039;s Patriciaat&amp;quot;]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==&amp;lt;div id=&amp;quot;Genealogie van de familie Nypels&amp;quot;&amp;gt;Passage &amp;quot;Genealogie van de familie Nypels&amp;quot;&amp;lt;/div&amp;gt;==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Scan4.jpg|link={{filepath:Scan4.jpg}}|center|400px|Passage &amp;quot;Genealogie van de familie Nypels&amp;quot;]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Geboorteakte George Nypels==&lt;br /&gt;
[http://www.archieven.nl/mi/1540/?mivast=1540&amp;amp;mizig=100&amp;amp;miadt=38&amp;amp;miaet=54&amp;amp;micode=12.059-43&amp;amp;minr=6609156&amp;amp;miview=ldt Burgerlijke Stand in Limburg: Maastricht, Geboorteakte Nijpels, George]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Brondocumenten&amp;diff=145</id>
		<title>Brondocumenten</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Brondocumenten&amp;diff=145"/>
				<updated>2018-05-21T18:47:38Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: Erwin heeft pagina Brondocumenten hernoemd naar Enkele documenten&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[Enkele documenten]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Gevonden_notities&amp;diff=141</id>
		<title>Gevonden notities</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Gevonden_notities&amp;diff=141"/>
				<updated>2018-05-21T18:39:18Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: Erwin heeft pagina Loopbaan George Nypels hernoemd naar Gevonden notities&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Zoals aangegeven op de [[George Nypels, militair en koloniaal historicus|hoofdpagina]] betreffen de [[Brondocumenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|bloknootaantekeningen]] van mijn grootvader aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34.  Het betreft ook andere Nypelsen dan hijzelf. Voorzover het hemzelf aangaat geeft hij een overzicht van zijn beide huwelijken en zijn kinderen en kleinkinderen alsmede een overzicht van zijn loopbaan op verschillende terreinen. In deze website wordt uitsluitend ingegaan op de  loopbaan van mijn grootvader omdat het blauwe boekje reeds  informatie geeft over zijn huwelijken en nakomelingen. Nadere gegevens over zijn huwelijken en nakomelingen zijn verder nog te vinden in [[Brondocumenten#Genealogie van de familie Nypels|Genealogie van de familie Nypels]] door H.C.M. Nypels en Mr. J.W.A.M. Nypels (hierna te noemen “de Nypels-genealogie”) van 11 juli 1977. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De notities bevatten over de loopbaan van mijn grootvader de volgende gegevens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:George Nypels is geboren in Maastricht op 9 augustus 1859. Hij werd in 1882 in Maastricht 2e luitenant der infanterie van het Nederlandse leger. In 1884 ging hij over naar het leger in Oost Indië. In 1889 keerde hij terug naar Nederland, naar de krijgsschool in den Haag (tot 1891). In de periode 1891 - 1896 werd hij leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Als kapitein is hij daarna opnieuw naar Oost Indië gestuurd waar hij in 1900 toetrad tot de generale staf. In 1902 raakte hij bij gevechten in Atjeh twee maal gewond. Dientengevolge ging hij twee jaar met gezondheidsverlof naar Nederland. In 1903 is hij bevorderd tot majoor. In 1904 werd hij in verband met zijn verwonding afgekeurd en gepensioneerd. In de periode 1910 – 1913 was hij nog wel lid van de studiecommissie voor reorganisatie van het militaire onderwijs,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:In 1912 kwam Nypels weer in dienst als landweer districtscommandant. In 1914 is hij gemobiliseerd. Hij werd toen commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandse Waterlinie met de rang van reserve luitenant-kolonel. In 1918 is hij bevorderd tot reserve kolonel. In 1919 kreeg hij op verzoek eervol ontslag waarna hij terugkeerde  naar den Haag. In 1940 verkreeg hij de rang generaal-majoor tit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:In de periode 1912 – 1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van den Haag (NB.: in 1914 gemobiliseerd). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebied en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en&lt;br /&gt;
:*van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad, &lt;br /&gt;
:*van 1922 – medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en &lt;br /&gt;
:*van 1 januari 1924 – ultimo 1941 (toen het maandblad door de Duitse autoriteiten werd stopgezet) hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:Nypels was van 1910 – 1942 mededirecteur Delftsche ziekenfonds.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse, Officier Oranje Nassau, Eereteken voor belangrijke krijgsbedrijven, zilveren draagpenning voor verdienste Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie voor een integrale weergave van de desbetreffende delen van de notities de pagina [[Brondocumenten]]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Publicaties==	&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels in de periode 1895 – 1908 auteur of co-auteur van verschillende boekwerken waaronder: &lt;br /&gt;
*“Oost-Indische krijgsgeschiedenis”, 1895, &lt;br /&gt;
*“De oorlog in Midden-Java van 1825-1830”, 1895, &lt;br /&gt;
*“De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 18 68 en de daaruit te putten lessen”, 1897, &lt;br /&gt;
*“Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie”, 1899, &lt;br /&gt;
*“De verovering van Java door de Engelschen in 1811”, 1901, &lt;br /&gt;
*“Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen”, 1902, &lt;br /&gt;
*“Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden”, 1905, en &lt;br /&gt;
*“Hoe Nederland Ceilon verloor”, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bronnen==&lt;br /&gt;
*Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
*Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
*Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr. J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
*Google Boeken &amp;lt; https://books.google.nl &amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;br /&gt;
*Aanvullingen en wijzigingen in Nypels in Nederland’s Patriciaat, 21e Jrg. 1933/34; notities van George Nypels zelf (handgeschreven); jaartal onbekend.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Loopbaan_George_Nypels&amp;diff=142</id>
		<title>Loopbaan George Nypels</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Loopbaan_George_Nypels&amp;diff=142"/>
				<updated>2018-05-21T18:39:18Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: Erwin heeft pagina Loopbaan George Nypels hernoemd naar Gevonden notities&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING [[Gevonden notities]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Gevonden_notities&amp;diff=143</id>
		<title>Gevonden notities</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Gevonden_notities&amp;diff=143"/>
				<updated>2018-05-21T18:39:18Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: Erwin heeft pagina Loopbaan George Nypels hernoemd naar Gevonden notities&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Zoals aangegeven op de [[George Nypels, militair en koloniaal historicus|hoofdpagina]] betreffen de [[Brondocumenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|bloknootaantekeningen]] van mijn grootvader aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34.  Het betreft ook andere Nypelsen dan hijzelf. Voorzover het hemzelf aangaat geeft hij een overzicht van zijn beide huwelijken en zijn kinderen en kleinkinderen alsmede een overzicht van zijn loopbaan op verschillende terreinen. In deze website wordt uitsluitend ingegaan op de  loopbaan van mijn grootvader omdat het blauwe boekje reeds  informatie geeft over zijn huwelijken en nakomelingen. Nadere gegevens over zijn huwelijken en nakomelingen zijn verder nog te vinden in [[Brondocumenten#Genealogie van de familie Nypels|Genealogie van de familie Nypels]] door H.C.M. Nypels en Mr. J.W.A.M. Nypels (hierna te noemen “de Nypels-genealogie”) van 11 juli 1977. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De notities bevatten over de loopbaan van mijn grootvader de volgende gegevens: &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:George Nypels is geboren in Maastricht op 9 augustus 1859. Hij werd in 1882 in Maastricht 2e luitenant der infanterie van het Nederlandse leger. In 1884 ging hij over naar het leger in Oost Indië. In 1889 keerde hij terug naar Nederland, naar de krijgsschool in den Haag (tot 1891). In de periode 1891 - 1896 werd hij leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Als kapitein is hij daarna opnieuw naar Oost Indië gestuurd waar hij in 1900 toetrad tot de generale staf. In 1902 raakte hij bij gevechten in Atjeh twee maal gewond. Dientengevolge ging hij twee jaar met gezondheidsverlof naar Nederland. In 1903 is hij bevorderd tot majoor. In 1904 werd hij in verband met zijn verwonding afgekeurd en gepensioneerd. In de periode 1910 – 1913 was hij nog wel lid van de studiecommissie voor reorganisatie van het militaire onderwijs,&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:In 1912 kwam Nypels weer in dienst als landweer districtscommandant. In 1914 is hij gemobiliseerd. Hij werd toen commandant van de groep Gorinchem der Nieuwe Hollandse Waterlinie met de rang van reserve luitenant-kolonel. In 1918 is hij bevorderd tot reserve kolonel. In 1919 kreeg hij op verzoek eervol ontslag waarna hij terugkeerde  naar den Haag. In 1940 verkreeg hij de rang generaal-majoor tit. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:In de periode 1912 – 1915 was Nypels lid van de Gemeenteraad van den Haag (NB.: in 1914 gemobiliseerd). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:Nypels was schrijver van werken op koloniaal-historisch gebied en van vele artikelen in tijdschriften; hij was tevens vaste medewerker van een aantal dagbladen en&lt;br /&gt;
:*van 1911 tot ultimo 1932 van het Koloniaal Weekblad, &lt;br /&gt;
:*van 1922 – medio 1937 redacteur orgaan Haagsche burgerwacht, en &lt;br /&gt;
:*van 1 januari 1924 – ultimo 1941 (toen het maandblad door de Duitse autoriteiten werd stopgezet) hoofdredacteur van De Indische Gids.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:Nypels was van 1910 – 1942 mededirecteur Delftsche ziekenfonds.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:Nypels ontving de onderscheidingen: Militaire Willems-Orde 4e klasse, Officier Oranje Nassau, Eereteken voor belangrijke krijgsbedrijven, zilveren draagpenning voor verdienste Rijks ethnografische verzamelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie voor een integrale weergave van de desbetreffende delen van de notities de pagina [[Brondocumenten]]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Publicaties==	&lt;br /&gt;
Op koloniaal-historisch gebied was Nypels in de periode 1895 – 1908 auteur of co-auteur van verschillende boekwerken waaronder: &lt;br /&gt;
*“Oost-Indische krijgsgeschiedenis”, 1895, &lt;br /&gt;
*“De oorlog in Midden-Java van 1825-1830”, 1895, &lt;br /&gt;
*“De expeditiën naar Bali in 1846, 1848, 1849 en 18 68 en de daaruit te putten lessen”, 1897, &lt;br /&gt;
*“Japan-Nederland in Oost-Azië: Eene militaire studie”, 1899, &lt;br /&gt;
*“De verovering van Java door de Engelschen in 1811”, 1901, &lt;br /&gt;
*“Onze strijd in Zuid-West-Selebes tot 1838 en de daaruit te putten lessen”, 1902, &lt;br /&gt;
*“Oorlogsgebruiken in onzen strijd met minder beschaafden”, 1905, en &lt;br /&gt;
*“Hoe Nederland Ceilon verloor”, 1908. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Bronnen==&lt;br /&gt;
*Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25 (Ridder MW-O).&lt;br /&gt;
*Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34.&lt;br /&gt;
*Genealogie van de familie Nypels door H.C.M. Nypels en Mr. J.W.A.M. Nypels, 11 juli 1977.&lt;br /&gt;
*Google Boeken &amp;lt; https://books.google.nl &amp;gt; in zoekvenster invullen &amp;quot;George Nypels&amp;quot; of voor het boek over Zuid-West-Celebes: de titel.&lt;br /&gt;
*Aanvullingen en wijzigingen in Nypels in Nederland’s Patriciaat, 21e Jrg. 1933/34; notities van George Nypels zelf (handgeschreven); jaartal onbekend.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=140</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=140"/>
				<updated>2018-05-21T16:59:13Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Loopbaan George Nypels|de loopbaan van George Nypels]] is, zoals vermeld, voor een belangrijk deel ontleend aan zijn [[Brondocumenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje en de Nypels-genealogie bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. (Beide bronnen bevestigen overigens eveneens dat de pensionering als beroepsmilitair in 1904 plaats vond wegens zijn verwonding in Atjeh.) Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. (NB. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Drie berichten van de Sumatra-courant (12-09-1889), Bataviaasch nieuwsblad (25-10-1890) en De locomotief (05-08-1891) geven aan dat Nypels door het Oost-Indische leger weer voor een periode van twee jaar (1889 - 1891) naar Nederland is teruggestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Het laatste bericht van de Locomotief meldt bovendien dat bij Koninklijk Besluit van 11 september 1891 is bepaald dat Nypels per 1 september 1891 wordt aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. (Hij keerde dus nog niet terug naar Indië.) De locomotief van 23-05-1896 vermeldt tevens dat Nypels als leraar de opdracht kreeg om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Verschillende van zijn lessen zijn daarna in boekvorm uitgegeven. De Sumatra-courant van 22-08-1896 bevat het bericht dat hij per 1 september 1896 eervol ontheven is van zijn betrekking als leraar. Inmiddels was hij bevorderd tot kapitein. De locomotief bericht op 07-10-1896 dat kapitein Nypels in december van dat jaar terugkeerde naar Indië.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit artikelen in de Java-bode (13-12-1895 en 16-11-1897) en De locomotief (26-10-1897 en 11-12-1897) blijkt dat Nypels na zijn terugkeer in Indië naar aanleiding van de gevolgde lessen aan de Krijgsschool allereerst is gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten (kennelijk om de geleerde nieuwe militaire inzichten over te dragen). De krantenartikelen noemen onder meer detacheringen bij het 8e bataljon infanterie, de tweede bergbatterij en de eerste bergbatterij. Na deze detacheringen werd hij geplaatst bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte Nypels in Atjeh twee maal gewond. Het Vaderland (09-05-1942) vermeldt dat hij begin 1902 door een schot in de linkerbovenarm is gewond en dat hij in juli van dat jaar gewond is geraakt bij een klewangaanval. De Locomotief (11-09-1902) bericht hier nog over dat na behandeling van de wonden in het hospitaal bleek dat een beensplinter in de hersenholte was achtergebleven. Deze verwonding was dermate ernstig dat aan Nypels een spoedcertificaat is uitgereikt voor gezondheidsverlof om behandeling in Nederland mogelijk te maken. Het eerder genoemde artikel in het Vaderland geeft aan dat hij tijdens dit verlof in juli 1903 tot majoor is bevorderd. Het nieuws van den dag voor Nederlands-Indië van 22-06-1904 bevat voorts het volgende bericht: &amp;quot;Bij koninklijk besluit van 18 April 1904 no. 58 is de met verlof in Nederland aanwezige majoor der infanterie van het Nederlandsch-Indische leger G. Nijpels ter zake van lichaamsgebreken, het gevolg van verwonding in den strijd bekomen, met ingang van 1 Mei 1904, eervol uit Hr. Ms. militaire  dienst ontslagen, onder toekenning van pensioen.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Het Algemeen Handelsblad van 14-03-1915 geeft aan dat hij op het moment van installatie als lid van de gemeenteraad van Den Haag tevens districtscommandant bij de Landweer was (waartoe hij bij Koninklijk Besluit van 19 october 1912 benoemd was). Het was toen zelfs de vraag of combinatie van die twee functies volgens de Gemeentewet wel was toegestaan. Maar Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland besloten het besluit van de Gemeenteraad van Den Haag tot toelating van Nypels te handhaven. Uit de Bredasche courant van 23-10-1914 blijkt dat hij vervolgens commandant van het 35e bataljon  landweerinfanterie werd en dat hij met ingang van 25 oktober 1914 bevorderd is tot reserve luitenant kolonel. De Limburger koerier van 27-04-1940 omschrijft zijn functie in die periode als &amp;quot;stellingcommamdant in de waterlinie&amp;quot;. Volgens het blauwe boekje, de Nypels-genealogie en De Limburger koerier had hij bij de beëindiging van zijn dienstverband bij de Landweer in 1919 de rang van reserve kolonel verkregen.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de vorige pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik overigens geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. De onderscheiding Officier in de Orde van Oranje Nassau wordt vermeld in de overlijdensadvertentie en het begeleidend redactionele artikel in het Algemeen Handelsblad van 09-11-1950. Het Bataviaasch nieuwsblad van 07-01-1903 bevat het bericht dat bij Koninklijk Besluit van 19 november aan G. Nijpels de zilveren eerepenning is toegekend als blijk van waardering zijner belangstelling in &amp;#039;s Rijks wetenschappelijke en kunstverzamelingen.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels in het algemeen een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Er zijn geen strijdigheden met de door ons gevonden publicaties aangetroffen. In enkele gevallen was het niet mogelijk om de exacte data van een gebeurtenis vast te stellen. In een klein aantal andere gevallen is in de gevonden bronnen (nog) geen bevestiging gevonden.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aan zijn notities heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan hij de (mede)auteur was. Ze illustreren dat Nypels vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=139</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=139"/>
				<updated>2018-05-21T16:42:26Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Loopbaan George Nypels|de loopbaan van George Nypels]] is, zoals vermeld, voor een belangrijk deel ontleend aan zijn [[Brondocumenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje en de Nypels-genealogie bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. (Beide bronnen bevestigen overigens eveneens dat de pensionering als beroepsmilitair in 1904 plaats vond wegens zijn verwonding in Atjeh.) Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. (NB. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Drie berichten van de Sumatra-courant (12-09-1889), Bataviaasch nieuwsblad (25-10-1890) en De locomotief (05-08-1891) geven aan dat Nypels door het Oost-Indische leger weer voor een periode van twee jaar (1889 - 1891) naar Nederland is teruggestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Het laatste bericht van de Locomotief meldt bovendien dat bij Koninklijk Besluit van 11 september 1891 is bepaald dat Nypels per 1 september 1891 wordt aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. (Hij keerde dus nog niet terug naar Indië.) De locomotief van 23-05-1896 vermeldt tevens dat Nypels als leraar de opdracht kreeg om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Verschillende van zijn lessen zijn daarna in boekvorm uitgegeven. De Sumatra-courant van 22-08-1896 bevat het bericht dat hij per 1 september 1896 eervol ontheven is van zijn betrekking als leraar. Inmiddels was hij bevorderd tot kapitein. De locomotief bericht op 07-10-1896 dat kapitein Nypels in december van dat jaar terugkeerde naar Indië.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit artikelen in de Java-bode (13-12-1895 en 16-11-1897) en De locomotief (26-10-1897 en 11-12-1897) blijkt dat Nypels na zijn terugkeer in Indië naar aanleiding van de gevolgde lessen aan de Krijgsschool allereerst is gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten (kennelijk om de geleerde nieuwe militaire inzichten over te dragen). De krantenartikelen noemen onder meer detacheringen bij het 8e bataljon infanterie, de tweede bergbatterij en de eerste bergbatterij. Na deze detacheringen werd hij geplaatst bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte Nypels in Atjeh twee maal gewond. Het Vaderland (09-05-1942) vermeldt dat hij begin 1902 door een schot in de linkerbovenarm is gewond en dat hij in juli van dat jaar gewond is geraakt bij een klewangaanval. De Locomotief (11-09-1902) bericht hier nog over dat na behandeling van de wonden in het hospitaal bleek dat een beensplinter in de hersenholte was achtergebleven. Deze verwonding was dermate ernstig dat aan Nypels een spoedcertificaat is uitgereikt voor gezondheidsverlof om behandeling in Nederland mogelijk te maken. Het eerder genoemde artikel in het Vaderland geeft aan dat hij tijdens dit verlof in juli 1903 tot majoor is bevorderd. Het nieuws van den dag voor Nederlands-Indië van 22-06-1904 bevat voorts het volgende bericht: &amp;quot;Bij koninklijk besluit van 18 April 1904 no. 58 is de met verlof in Nederland aanwezige majoor der infanterie van het Nederlandsch-Indische leger G. Nijpels ter zake van lichaamsgebreken, het gevolg van verwonding in den strijd bekomen, met ingang van 1 Mei 1904, eervol uit Hr. Ms. militaire  dienst ontslagen, onder toekenning van pensioen.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Het Algemeen Handelsblad van 14-03-1915 geeft aan dat hij op het moment van installatie als lid van de gemeenteraad van Den Haag tevens districtscommandant bij de Landweer was (waartoe hij bij Koninklijk Besluit van 19 october 1912 benoemd was). Het was toen zelfs de vraag of combinatie van die twee functies volgens de Gemeentewet wel was toegestaan. Maar Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland besloten het besluit van de Gemeenteraad van Den Haag tot toelating van Nypels te handhaven. Uit de Bredasche courant van 23-10-1914 blijkt dat hij vervolgens commandant van het 35e bataljon  landweerinfanterie werd en dat hij met ingang van 25 oktober 1914 bevorderd is tot reserve luitenant kolonel. De Limburger koerier van 27-04-1940 omschrijft zijn functie in die periode als &amp;quot;stellingcommamdant in de waterlinie&amp;quot;. Volgens het blauwe boekje, de Nypels-genealogie en De Limburger koerier had hij bij de beëindiging van zijn dienstverband bij de Landweer in 1919 de rang van reserve kolonel verkregen.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de vorige pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik overigens geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. De onderscheiding Officier in de Orde van Oranje Nassau wordt vermeld in de overlijdensadvertentie en het begeleidend redactionele artikel in het Algemeen Handelsblad van 09-11-1950. Van de overige onderscheidingen heb ik geen nadere gegevens weten te vinden. De data van de betrokken instanties gingen daarvoor niet ver genoeg terug. Wel heeft de familie Nypels een schilderij in bezit van George Nypels met zijn onderscheidingen opgespeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels in het algemeen een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Er zijn geen strijdigheden met de door ons gevonden publicaties aangetroffen. In enkele gevallen was het niet mogelijk om de exacte data van een gebeurtenis vast te stellen. In een klein aantal andere gevallen is in de gevonden bronnen (nog) geen bevestiging gevonden.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aan zijn notities heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan hij de (mede)auteur was. Ze illustreren dat Nypels vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=138</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=138"/>
				<updated>2018-05-20T23:38:36Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Loopbaan George Nypels|de loopbaan van George Nypels]] is, zoals vermeld, voor een belangrijk deel ontleend aan zijn [[Brondocumenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje en de Nypels-genealogie bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. (Beide bronnen bevestigen overigens eveneens dat de pensionering als beroepsmilitair in 1904 plaats vond wegens zijn verwonding in Atjeh.) Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. (NB. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Drie berichten van de Sumatra-courant (12-09-1889), Bataviaasch nieuwsblad (25-10-1890) en De locomotief (05-08-1891) geven aan dat Nypels door het Oost-Indische leger weer voor een periode van twee jaar (1889 - 1891) naar Nederland is teruggestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Het laatste bericht van de Locomotief meldt bovendien dat bij Koninklijk Besluit van 11 september 1891 is bepaald dat Nypels per 1 september 1891 wordt aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. (Hij keerde dus nog niet terug naar Indië.) De locomotief van 23-05-1896 vermeldt tevens dat Nypels als leraar de opdracht kreeg om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Verschillende van zijn lessen zijn daarna in boekvorm uitgegeven. De Sumatra-courant van 22-08-1896 bevat het bericht dat hij per 1 september 1896 eervol ontheven is van zijn betrekking als leraar. Inmiddels was hij bevorderd tot kapitein. De locomotief bericht op 07-10-1896 dat kapitein Nypels in december van dat jaar terugkeerde naar Indië.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit artikelen in de Java-bode (13-12-1895 en 16-11-1897) en De locomotief (26-10-1897 en 11-12-1897) blijkt dat Nypels na zijn terugkeer in Indië naar aanleiding van de gevolgde lessen aan de Krijgsschool allereerst is gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten (kennelijk om de geleerde nieuwe militaire inzichten over te dragen). De krantenartikelen noemen onder meer detacheringen bij het 8e bataljon infanterie, de tweede bergbatterij en de eerste bergbatterij. Na deze detacheringen werd hij geplaatst bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte Nypels twee maal gewond. De Java-bode (17-01-1902) meldt dat &amp;quot;de kapitein van de generalen staf Nypels&amp;quot; begin 1902 door een schot in de rechterarm is gewond. En het Algemeen Handelsblad (25-10-1902) heeft het bericht dat Nypels later in dat jaar in Atjeh gewond is geraakt waarbij een beensplinter in de hersenholte drong. Deze verwonding was dermate ernstig dat hij voor behandeling hiervan met gezondheidsverlof naar Nederland moest. Uit Het nieuws van den dag voor Nederlands-Indië van 22-06-1904 blijkt dat hij tijdens dit verlof gepromoveerd is tot majoor. Deze krant bevat het volgende bericht: &amp;quot;Bij koninklijk besluit van 18 April 1904 no. 58 is de met verlof in Nederland aanwezige majoor der infanterie van het Nederlandsch-Indische leger G. Nijpels ter zake van lichaamsgebreken, het gevolg van verwonding in den strijd bekomen, met ingang van 1 Mei 1904, eervol uit Hr. Ms. militaire  dienst ontslagen, onder toekenning van pensioen.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Het Algemeen Handelsblad van 14-03-1915 geeft aan dat hij op het moment van installatie als lid van de gemeenteraad van Den Haag tevens districtscommandant bij de Landweer was (waartoe hij bij Koninklijk Besluit van 19 october 1912 benoemd was). Het was toen zelfs de vraag of combinatie van die twee functies volgens de Gemeentewet wel was toegestaan. Maar Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland besloten het besluit van de Gemeenteraad van Den Haag tot toelating van Nypels te handhaven. Uit de Bredasche courant van 23-10-1914 blijkt dat hij vervolgens commandant van het 35e bataljon  landweerinfanterie werd en dat hij met ingang van 25 oktober 1914 bevorderd is tot reserve luitenant kolonel. De Limburger koerier van 27-04-1940 omschrijft zijn functie in die periode als &amp;quot;stellingcommamdant in de waterlinie&amp;quot;. Volgens het blauwe boekje, de Nypels-genealogie en De Limburger koerier had hij bij de beëindiging van zijn dienstverband bij de Landweer in 1919 de rang van reserve kolonel verkregen.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de vorige pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik overigens geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. De onderscheiding Officier in de Orde van Oranje Nassau wordt vermeld in de overlijdensadvertentie en het begeleidend redactionele artikel in het Algemeen Handelsblad van 09-11-1950. Van de overige onderscheidingen heb ik geen nadere gegevens weten te vinden. De data van de betrokken instanties gingen daarvoor niet ver genoeg terug. Wel heeft de familie Nypels een schilderij in bezit van George Nypels met zijn onderscheidingen opgespeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels in het algemeen een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Er zijn geen strijdigheden met de door ons gevonden publicaties aangetroffen. In enkele gevallen was het niet mogelijk om de exacte data van een gebeurtenis vast te stellen. In een klein aantal andere gevallen is in de gevonden bronnen (nog) geen bevestiging gevonden.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aan zijn notities heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan hij de (mede)auteur was. Ze illustreren dat Nypels vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=137</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=137"/>
				<updated>2018-05-20T16:22:07Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Loopbaan George Nypels|de loopbaan van George Nypels]] is, zoals vermeld, voor een belangrijk deel ontleend aan zijn [[Brondocumenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje en de Nypels-genealogie bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. (Beide bronnen bevestigen overigens eveneens dat de pensionering als beroepsmilitair in 1904 plaats vond wegens zijn verwonding in Atjeh.) Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. (NB. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Drie berichten van de Sumatra-courant (12-09-1889), Bataviaasch nieuwsblad (25-10-1890) en De locomotief (05-08-1891) geven aan dat Nypels door het Oost-Indische leger weer voor een periode van twee jaar (1889 - 1891) naar Nederland is teruggestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Het laatste bericht van de Locomotief meldt bovendien dat bij Koninklijk Besluit van 11 september 1891 is bepaald dat Nypels per 1 september 1891 wordt aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. (Hij keerde dus nog niet terug naar Indië.) De locomotief van 23-05-1896 vermeldt tevens dat Nypels als leraar de opdracht kreeg om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Verschillende van zijn lessen zijn daarna in boekvorm uitgegeven. De Sumatra-courant van 22-08-1896 bevat het bericht dat hij per 1 september 1896 eervol ontheven is van zijn betrekking als leraar. Inmiddels was hij bevorderd tot kapitein. De locomotief bericht op 07-10-1896 dat kapitein Nypels in december van dat jaar terugkeerde naar Indië.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit artikelen in de Java-bode (13-12-1895 en 16-11-1897) en De locomotief (26-10-1897 en 11-12-1897) blijkt dat Nypels na zijn terugkeer in Indië naar aanleiding van de gevolgde lessen aan de Krijgsschool allereerst is gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten (kennelijk om de geleerde nieuwe militaire inzichten over te dragen). De krantenartikelen noemen onder meer detacheringen bij het 8e bataljon infanterie, de tweede bergbatterij en de eerste bergbatterij. Na deze detacheringen werd hij geplaatst bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte Nypels twee maal gewond. De Java-bode (17-01-1902) meldt dat &amp;quot;de kapitein van de generalen staf Nypels&amp;quot; begin 1902 door een schot in de rechterarm is gewond. En het Algemeen Handelsblad (25-10-1902) heeft het bericht dat Nypels later in dat jaar in Atjeh gewond is geraakt waarbij een beensplinter in de hersenholte drong. Deze verwonding was dermate ernstig dat hij voor behandeling hiervan met gezondheidsverlof naar Nederland moest. Uit Het nieuws van den dag voor Nederlands-Indië van 22-06-1904 blijkt dat hij tijdens dit verlof gepromoveerd is tot majoor. Deze krant bevat het volgende bericht: &amp;quot;Bij koninklijk besluit van 18 April 1904 no. 58 is de met verlof in Nederland aanwezige majoor der infanterie van het Nederlandsch-Indische leger G. Nijpels ter zake van lichaamsgebreken, het gevolg van verwonding in den strijd bekomen, met ingang van 1 Mei 1904, eervol uit Hr. Ms. militaire  dienst ontslagen, onder toekenning van pensioen.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Twee jaar voor het begin van de Eerste Wereldoorlog werd Nypels opgeroepen om als reserveofficier dienst te doen bij de Landweer. Uit het Algemeen Handelsblad van 14-03-1915 blijkt dat hij op het moment van installatie als lid van de gemeenteraad van Den Haag tevens districtscommandant bij de Landweer was (waartoe hij bij Koninklijk Besluit van 19 october 1912 benoemd was). Het was toen zelfs de vraag of combinatie van die twee functies volgens de Gemeentewet wel was toegestaan. Maar Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland besloten het besluit van de Gemeenteraad van Den Haag tot toelating van Nypels te handhaven. Uit de Bredasche courant van 23-10-1914 blijkt dat hij vervolgens commandant van het 35e bataljon  landweerinfanterie werd en dat hij met ingang van 25 oktober 1914 bevorderd is tot luitenant kolonel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de vorige pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik overigens geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. Van de overige onderscheidingen heb ik geen nadere gegevens weten te vinden. De data van de betrokken instanties gingen daarvoor niet ver genoeg terug. Wel heeft de familie Nypels een schilderij in bezit van George Nypels met zijn onderscheidingen opgespeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Aan zijn notities heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan hij de (mede)auteur was. Ze illustreren dat Nypels vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=136</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=136"/>
				<updated>2018-05-19T16:15:09Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Loopbaan George Nypels|de loopbaan van George Nypels]] is, zoals vermeld, voor een belangrijk deel ontleend aan zijn [[Brondocumenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje en de Nypels-genealogie bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. (Beide bronnen bevestigen overigens eveneens dat de pensionering als beroepsmilitair in 1904 plaats vond wegens zijn verwonding in Atjeh.) Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. (NB. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Drie berichten van de Sumatra-courant (12-09-1889), Bataviaasch nieuwsblad (25-10-1890) en De locomotief (05-08-1891) geven aan dat Nypels door het Oost-Indische leger weer voor een periode van twee jaar (1889 - 1891) naar Nederland is teruggestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Het laatste bericht van de Locomotief meldt bovendien dat bij Koninklijk Besluit van 11 september 1891 is bepaald dat Nypels per 1 september 1891 wordt aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. (Hij keerde dus nog niet terug naar Indië.) De locomotief van 23-05-1896 vermeldt tevens dat Nypels als leraar de opdracht kreeg om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Verschillende van zijn lessen zijn daarna in boekvorm uitgegeven. De Sumatra-courant van 22-08-1896 bevat het bericht dat hij per 1 september 1896 eervol ontheven is van zijn betrekking als leraar. Inmiddels was hij bevorderd tot kapitein. De locomotief bericht op 07-10-1896 dat kapitein Nypels in december van dat jaar terugkeerde naar Indië.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit artikelen in de Java-bode (13-12-1895 en 16-11-1897) en De locomotief (26-10-1897 en 11-12-1897) blijkt dat Nypels na zijn terugkeer in Indië naar aanleiding van de gevolgde lessen aan de Krijgsschool allereerst is gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten (kennelijk om de geleerde nieuwe militaire inzichten over te dragen). De krantenartikelen noemen onder meer detacheringen bij het 8e bataljon infanterie, de tweede bergbatterij en de eerste bergbatterij. Na deze detacheringen werd hij geplaatst bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte Nypels twee maal gewond. De Java-bode (17-01-1902) meldt dat &amp;quot;de kapitein van de generalen staf Nypels&amp;quot; begin 1902 door een schot in de rechterarm is gewond. En het Algemeen Handelsblad (25-10-1902) heeft het bericht dat Nypels later in dat jaar in Atjeh gewond is geraakt waarbij een beensplinter in de hersenholte drong. Deze verwonding was dermate ernstig dat hij voor behandeling hiervan met gezondheidsverlof naar Nederland moest. Uit Het nieuws van den dag voor Nederlands-Indië van 22-06-1904 blijkt dat hij tijdens dit verlof gepromoveerd is tot majoor. Deze krant bevat het volgende bericht: &amp;quot;Bij koninklijk besluit van 18 April 1904 no. 58 is de met verlof in Nederland aanwezige majoor der infanterie van het Nederlandsch-Indische leger G. Nijpels ter zake van lichaamsgebreken, het gevolg van verwonding in den strijd bekomen, met ingang van 1 Mei 1904, eervol uit Hr. Ms. militaire  dienst ontslagen, onder toekenning van pensioen.&amp;quot; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de vorige pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik overigens geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. Van de overige onderscheidingen heb ik geen nadere gegevens weten te vinden. De data van de betrokken instanties gingen daarvoor niet ver genoeg terug. Wel heeft de familie Nypels een schilderij in bezit van George Nypels met zijn onderscheidingen opgespeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Aan zijn notities heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan hij de (mede)auteur was. Ze illustreren dat Nypels vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=135</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=135"/>
				<updated>2018-05-18T15:57:53Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Loopbaan George Nypels|de loopbaan van George Nypels]] is, zoals vermeld, voor een belangrijk deel ontleend aan zijn [[Brondocumenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje en de Nypels-genealogie bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. (Beide bronnen bevestigen overigens eveneens dat de pensionering als beroepsmilitair in 1904 plaats vond wegens zijn verwonding in Atjeh.) Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. (NB. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Drie berichten van de Sumatra-courant (12-09-1889), Bataviaasch nieuwsblad (25-10-1890) en De locomotief (05-08-1891) geven aan dat Nypels door het Oost-Indische leger weer voor een periode van twee jaar (1889 - 1891) naar Nederland is teruggestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Het laatste bericht van de Locomotief meldt bovendien dat bij Koninklijk Besluit van 11 september 1891 is bepaald dat Nypels per 1 september 1891 wordt aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. (Hij keerde dus nog niet terug naar Indië.) De locomotief van 23-05-1896 vermeldt tevens dat Nypels als leraar de opdracht kreeg om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Verschillende van zijn lessen zijn daarna in boekvorm uitgegeven. De Sumatra-courant van 22-08-1896 bevat het bericht dat hij per 1 september 1896 eervol ontheven is van zijn betrekking als leraar. Inmiddels was hij bevorderd tot kapitein. De locomotief bericht op 07-10-1896 dat kapitein Nypels in december van dat jaar terugkeerde naar Indië.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit artikelen in de Java-bode (13-12-1895 en 16-11-1897) en De locomotief (26-10-1897 en 11-12-1897) blijkt dat Nypels na zijn terugkeer in Indië naar aanleiding van de gevolgde lessen aan de Krijgsschool allereerst is gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten (kennelijk om de geleerde nieuwe militaire inzichten over te dragen). De krantenartikelen noemen onder meer detacheringen bij het 8e bataljon infanterie, de tweede bergbatterij en de eerste bergbatterij. Na deze detacheringen werd hij geplaatst bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte Nypels twee maal gewond. De Java-bode (17-01-1902) meldt dat Nypels begin 1902 door een schot in de rechterarm is gewond. En het Algemeen Handelsblad (25-10-1902) heeft het bericht dat Nypels later in dat jaar in Atjeh gewond is geraakt waarbij een beensplinter in de hersenholte drong. Deze verwonding was dermate ernstig dat deze wond in Europa behandeld zou moeten worden.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de vorige pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik overigens geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. Van de overige onderscheidingen heb ik geen nadere gegevens weten te vinden. De data van de betrokken instanties gingen daarvoor niet ver genoeg terug. Wel heeft de familie Nypels een schilderij in bezit van George Nypels met zijn onderscheidingen opgespeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Aan zijn notities heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan hij de (mede)auteur was. Ze illustreren dat Nypels vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=134</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=134"/>
				<updated>2018-05-18T15:54:52Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Loopbaan George Nypels|de loopbaan van George Nypels]] is, zoals vermeld, voor een belangrijk deel ontleend aan zijn [[Brondocumenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje en de Nypels-genealogie bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. (Beide bronnen bevestigen overigens eveneens dat de pensionering als beroepsmilitair in 1904 plaats vond wegens zijn verwonding in Atjeh.) Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. (NB. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Drie berichten van de Sumatra-courant (12-09-1889), Bataviaasch nieuwsblad (25-10-1890) en De locomotief (05-08-1891) geven aan dat Nypels door het Oost-Indische leger weer voor een periode van twee jaar (1889 - 1891) naar Nederland is teruggestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Het laatste bericht van de Locomotief meldt bovendien dat bij Koninklijk Besluit van 11 september 1891 is bepaald dat Nypels per 1 september 1891 wordt aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. (Hij keerde dus nog niet terug naar Indië.) De locomotief van 23-05-1896 vermeldt tevens dat Nypels als leraar de opdracht kreeg om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Verschillende van zijn lessen zijn daarna in boekvorm uitgegeven. De Sumatra-courant van 22-08-1896 bevat het bericht dat hij per 1 september 1896 eervol ontheven is van zijn betrekking als leraar. Inmiddels was hij bevorderd tot kapitein. De locomotief bericht op 07-10-1896 dat kapitein Nypels in december van dat jaar terugkeerde naar Indië.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit artikelen in de Java-bode (13-12-1895 en 16-11-1897) en De locomotief (26-10-1897 en 11-12-1897) blijkt dat Nypels na zijn terugkeer in Indië naar aanleiding van de gevolgde lessen aan de Krijgsschool allereerst is gedetacheerd bij verschillende wapens en diensten (kennelijk om de geleerde nieuwe militaire inzichten over te dragen). De krantenartikelen noemen onder meer detacheringen bij het 8e bataljon infanterie, de tweede bergbatterij en de eerste bergbatterij. Na deze detacheringen werd hij geplaatst bij de generale staf van het Oost-Indische leger. In 1902 raakte Nypels twee maal gewond. De Java-bode (17-01-1902) meldt dat Nypels begin 1902 door een schot in de rechterarm is gewond. En het Algemeen Handelsblad (25-10-1902) heeft het bericht dat Nypels later in dat jaar in Atjeh gewond is geraakt waarbij een beensplinter in de hersenholte drong. Deze verwonding is dermate ernstig dat deze wond in Europa moet worden behandeld.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de vorige pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik overigens geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. Van de overige onderscheidingen heb ik geen nadere gegevens weten te vinden. De data van de betrokken instanties gingen daarvoor niet ver genoeg terug. Wel heeft de familie Nypels een schilderij in bezit van George Nypels met zijn onderscheidingen opgespeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Aan zijn notities heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan hij de (mede)auteur was. Ze illustreren dat Nypels vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=133</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=133"/>
				<updated>2018-05-17T20:28:49Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Loopbaan George Nypels|de loopbaan van George Nypels]] is, zoals vermeld, voor een belangrijk deel ontleend aan zijn [[Brondocumenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje en de Nypels-genealogie bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. (Beide bronnen bevestigen overigens eveneens dat de pensionering als beroepsmilitair in 1904 plaats vond wegens zijn verwonding in Atjeh.) Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. (NB. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uit drie berichten van de Sumatra-courant (12-09-1889), Bataviaasch nieuwsblad (25-10-1890) en De locomotief (05-08-1891) blijkt dat Nypels door het Oost-Indische leger weer voor een periode van twee jaar (1889 - 1891) naar Nederland is teruggestuurd voor lessen aan de Krijgsschool in Den Haag. Het laatste bericht van de Locomotief meldt bovendien dat bij Koninklijk Besluit van 11 september 1891 is bepaald dat Nypels per 1 september 1891 wordt aangesteld als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. (Hij keert dus nog niet terug naar Indië.) De locomotief van 23-05-1896 vermeldt tevens dat Nypels als leraar de opdracht kreeg om les te geven in de Indische krijgsgeschiedenis. Verschillende van zijn lessen zijn daarna in boekvorm uitgegeven. De Sumatra-courant van 22-08-1896 bevat het bericht dat hij per 1 september 1896 eervol ontheven is van zijn betrekking als leraar. Inmiddels was hij bevorderd tot kapitein. De locomotief bericht op 07-10-1896 dat kapitein Nypels in december van dat jaar terugkeert naar Indië. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de vorige pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik overigens geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. Van de overige onderscheidingen heb ik geen nadere gegevens weten te vinden. De data van de betrokken instanties gingen daarvoor niet ver genoeg terug. Wel heeft de familie Nypels een schilderij in bezit van George Nypels met zijn onderscheidingen opgespeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Aan zijn notities heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan hij de (mede)auteur was. Ze illustreren dat Nypels vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=132</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=132"/>
				<updated>2018-05-17T16:12:26Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Loopbaan George Nypels|de loopbaan van George Nypels]] is, zoals vermeld, voor een belangrijk deel ontleend aan zijn [[Brondocumenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje en de Nypels-genealogie bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. (Beide bronnen bevestigen overigens eveneens dat de pensionering als beroepsmilitair in 1904 plaats vond wegens zijn verwonding in Atjeh.) Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Algemeen Handelsblad van 27-11-1882 meldt dat Nypels bij Koninklijk Besluit van 24 november 1882 is benoemd tot 2e luitenant bij het wapen der infanterie (van het Nederlandse leger). De Sumatra-courant van 05-02-1884 bevat het bericht dat Nypels tezamen met een groep andere militairen met het stoomschip Soenda op 29 december 1883 van Amsterdam naar Batavia is vertrokken. (NB. Hij is toen overgegaan naar het Oost-Indsche leger, het latere KNIL.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij Koninklijk Besluit van 10 mei 1887 (nummer 25) ontving 2e luitenant Nypels de Militaire Willems-Orde 4e klasse. Dit geschiedde op grond van betoonde moed en het gevoerde beleid nadat een onder zijn leiding staande patrouille in Atjeh in een hinderlaag was gelopen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de vorige pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik overigens geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. Van de overige onderscheidingen heb ik geen nadere gegevens weten te vinden. De data van de betrokken instanties gingen daarvoor niet ver genoeg terug. Wel heeft de familie Nypels een schilderij in bezit van George Nypels met zijn onderscheidingen opgespeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Aan zijn notities heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan hij de (mede)auteur was. Ze illustreren dat Nypels vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=131</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=131"/>
				<updated>2018-05-16T15:54:30Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Loopbaan George Nypels|de loopbaan van George Nypels]] is, zoals vermeld, voor een belangrijk deel ontleend aan zijn [[Brondocumenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand. De notities vormen voor de Nypels-familie daarom ook een gezaghebbende bron. Persoonlijk ga ik er van uit dat die notities een goed beeld van zijn loopbaan geven. Maar voor buitenstaanders kan dat heel anders liggen. Zij kunnen meer waarborgen vragen in de vorm van openbare bronnen om de juistheid van de notities te kunnen nagaan. Dat vind ik begrijpelijk. Daarom heb ik samen met mijn vrouw vele pogingen gedaan om meer openbare bronnen over de loopbaan van mijn grootvader te vinden. We hebben getracht de summiere gegevens die we vonden in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie aan te vullen. Dat viel niet mee omdat die loopbaan betrekkelijk lang in het verleden plaats vond. Vele instanties verklaarden over die periode geen gegevens meer te hebben. Uiteindelijk is het ons gelukt via &amp;quot;Delpher&amp;quot; vele aanvullende openbare gegevens over de loopbaan van mijn grootvader te achterhalen in gedigitaliseerde krantenartikelen. Onze zoektocht had het volgende resultaat:     &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de militaire loopbaan van George Nypels betreft zijn er allereerst drie belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering, de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag en de later verkregen titulaire eindrang. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. Het blauwe boekje en de Nypels-genealogie bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. (Beide bronnen bevestigen overigens eveneens dat de pensionering als beroepsmilitair in 1904 plaats vond wegens zijn verwonding in Atjeh.) Volgens de notities verkreeg George Nypels in 1940 de rang generaal-majoor titulair. Dit vind bevestiging in de Limburger koerier (27-04-1940), die er bij vermeldt dat dit gebeurde bij Koninklijk Besluit met ingang van 30 april 1940.  &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de vorige pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik overigens geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. Van de overige onderscheidingen heb ik geen nadere gegevens weten te vinden. De data van de betrokken instanties gingen daarvoor niet ver genoeg terug. Wel heeft de familie Nypels een schilderij in bezit van George Nypels met zijn onderscheidingen opgespeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Aan zijn notities heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan hij de (mede)auteur was. Ze illustreren dat Nypels vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus:Algemeen_voorbehoud&amp;diff=130</id>
		<title>George Nypels, militair en koloniaal historicus:Algemeen voorbehoud</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus:Algemeen_voorbehoud&amp;diff=130"/>
				<updated>2018-05-06T10:49:50Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De inhoud en afbeeldingen van deze website zijn gepubliceerd onder de CC-BY-SA-3.0 en GFDL-licentie, respectievelijk de CC-BY-SA-4.0 licentie in geval van een afbeelding. Een ieder krijgt het recht om de inhoud en afbeeldingen van de website te bewerken, gebruiken en verspreiden onder de voorwaarden zoals gesteld in deze licenties. De belangrijkste voorwaarde is dat er een juiste bronvermelding plaats vindt.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus&amp;diff=129</id>
		<title>George Nypels, militair en koloniaal historicus</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus&amp;diff=129"/>
				<updated>2018-05-06T10:45:52Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;strong&amp;gt;(Redactie: drs. Erwin Nypels)&amp;lt;/strong&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mijn grootvader George Nypels is op 5 november 1950 in Den Haag overleden. In de nalatenschap vond mijn moeder Jeanny Thérèse Deutman het boek Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34. Hierin was onder meer een passage over het leven van mijn grootvader opgenomen. Maar in het boek lagen ook een paar bloknootvellen met handgeschreven notities van mijn grootvader zelf. Het waren een aantal aanvullingen en wijzigingen met betrekking tot de gegevens uit de genoemde jaargang van het Nederland’s Patriciaat over de familie Nypels in het algemeen en in het bijzonder over hemzelf. De notities kenden geen datum van de samenstelling. Omdat hierin het jaar 1942 wordt genoemd zijn ze dus geschreven in of na dat jaar. De aanvullingen en wijzigingen waren kennelijk bedoeld voor een aanvulling in een latere jaargang van Nederland’s Patriciaat na de Tweede Wereldoorlog. Dat blijkt uit de eerste regels van de notities die bestemd zouden zijn geweest voor de heer J. Philippens in Maastricht. Dit was een van de medewerkers van de Stichting Nederland’s Patriciaat. Het is echter niet tot een (aanvullende) publicatie gekomen. Er is geen indicatie gevonden hoe dit komt. Toen mijn moeder in 1992 eveneens in Den Haag overleed kwam de Jaargang 1933/34 van Nederland’s Patriciaat (hierna te noemen “het blauwe boekje”) met de bloknootaantekeningen in bezit van mij, de kleinzoon. Omdat mijn grootvader niet alleen een militaire loopbaan heeft gehad waarin hij een Militaire Willems-Orde verkreeg, maar speciaal ook omdat hij een interessante koloniaal historicus bleek te zijn, wil ik in deze website meer aandacht vragen voor zijn leven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB. De George Nypels van deze website mag niet verward worden met zijn familielid en naamgenoot George Nypels (geboren 7 oktober 1885, overleden 16 juni 1977), de reiscorrespondent van het Algemeen Handelsblad die vooral bekendheid kreeg door zijn vele reisverslagen uit Europese brandhaarden in de periode tussen de twee wereldoorlogen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB. Een ieder krijgt het recht om de inhoud en afbeeldingen van deze website onder voorwaarden te bewerken, gebruiken en verspreiden. De belangrijkste voorwaarde is dat een juiste bronvermelding plaats vindt. (Zie verder de pagina Voorbehoud.)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus:Algemeen_voorbehoud&amp;diff=128</id>
		<title>George Nypels, militair en koloniaal historicus:Algemeen voorbehoud</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus:Algemeen_voorbehoud&amp;diff=128"/>
				<updated>2018-05-04T17:53:06Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De inhoud en afbeeldingen van deze website zijn gedeeltelijk gepubliceerd onder de CC-BY-SA-3.0 en GFDL-licentie, respectievelijk de CC-BY-SA-4.0 licentie in geval van een afbeelding. Een ieder krijgt het recht om de inhoud en afbeeldingen van de website te gebruiken en verspreiden onder de voorwaarden zoals gesteld in deze licenties. De belangrijkste voorwaarde is dat er een juiste bronvermelding plaats vindt. De gedeelten van de licenties die betrekking hebben op het recht om de inhoud en afbeeldingen van een werk te bewerken, zijn voor deze website niet van toepassing.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus:Algemeen_voorbehoud&amp;diff=127</id>
		<title>George Nypels, militair en koloniaal historicus:Algemeen voorbehoud</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus:Algemeen_voorbehoud&amp;diff=127"/>
				<updated>2018-05-04T17:38:13Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De inhoud en afbeeldingen van deze website zijn gedeeltelijk gepubliceerd onder de CC-BY-SA-3.0 en GFDL-licentie, respectievelijk de CC-BY-SA-4.0 licentie in geval van een afbeelding. Een ieder krijgt het recht om de inhoud en afbeeldingen van de website te gebruiken en verspreiden onder de voorwaarden zoals gesteld in deze licenties. De belangrijkste voorwaarde is dat er een juiste bronvermelding plaatsvindt. De gedeelten van de licenties die betrekking hebben op het recht om de inhoud en afbeeldingen van een werk te bewerken, zijn voor deze website niet van toepassing.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus&amp;diff=126</id>
		<title>George Nypels, militair en koloniaal historicus</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus&amp;diff=126"/>
				<updated>2018-05-04T14:55:28Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;strong&amp;gt;(Redactie: drs. Erwin Nypels)&amp;lt;/strong&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mijn grootvader George Nypels is op 5 november 1950 in Den Haag overleden. In de nalatenschap vond mijn moeder Jeanny Thérèse Deutman het boek Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34. Hierin was onder meer een passage over het leven van mijn grootvader opgenomen. Maar in het boek lagen ook een paar bloknootvellen met handgeschreven notities van mijn grootvader zelf. Het waren een aantal aanvullingen en wijzigingen met betrekking tot de gegevens uit de genoemde jaargang van het Nederland’s Patriciaat over de familie Nypels in het algemeen en in het bijzonder over hemzelf. De notities kenden geen datum van de samenstelling. Omdat hierin het jaar 1942 wordt genoemd zijn ze dus geschreven in of na dat jaar. De aanvullingen en wijzigingen waren kennelijk bedoeld voor een aanvulling in een latere jaargang van Nederland’s Patriciaat na de Tweede Wereldoorlog. Dat blijkt uit de eerste regels van de notities die bestemd zouden zijn geweest voor de heer J. Philippens in Maastricht. Dit was een van de medewerkers van de Stichting Nederland’s Patriciaat. Het is echter niet tot een (aanvullende) publicatie gekomen. Er is geen indicatie gevonden hoe dit komt. Toen mijn moeder in 1992 eveneens in Den Haag overleed kwam de Jaargang 1933/34 van Nederland’s Patriciaat (hierna te noemen “het blauwe boekje”) met de bloknootaantekeningen in bezit van mij, de kleinzoon. Omdat mijn grootvader niet alleen een militaire loopbaan heeft gehad waarin hij een Militaire Willems-Orde verkreeg, maar speciaal ook omdat hij een interessante koloniaal historicus bleek te zijn, wil ik in deze website meer aandacht vragen voor zijn leven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB. De George Nypels van deze website mag niet verward worden met zijn familielid en naamgenoot George Nypels (geboren 7 oktober 1885, overleden 16 juni 1977), de reiscorrespondent van het Algemeen Handelsblad die vooral bekendheid kreeg door zijn vele reisverslagen uit Europese brandhaarden in de periode tussen de twee wereldoorlogen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
NB. Een ieder krijgt het recht om de inhoud en afbeeldingen van deze website onder voorwaarden te gebruiken en verspreiden. De belangrijkste voorwaarde is dat een juiste bronvermelding plaats vindt. (Zie verder de pagina Voorbehoud.)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus:Algemeen_voorbehoud&amp;diff=125</id>
		<title>George Nypels, militair en koloniaal historicus:Algemeen voorbehoud</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=George_Nypels,_militair_en_koloniaal_historicus:Algemeen_voorbehoud&amp;diff=125"/>
				<updated>2018-05-04T14:19:09Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;De inhoud en afbeeldingen van deze website zijn gepubliceerd onder de CC-BY-SA-3.0 en GFDL-licentie, respectievelijk de CC-BY-SA-4.0 licentie in geval van een afbee...&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De inhoud en afbeeldingen van deze website zijn gepubliceerd onder de CC-BY-SA-3.0 en GFDL-licentie, respectievelijk de CC-BY-SA-4.0 licentie in geval van een afbeelding. Een ieder krijgt het recht om de inhoud en afbeeldingen van de website te gebruiken en verspreiden onder de voorwaarden zoals gesteld in deze licenties. De belangrijkste voorwaarde is dat er een juiste bronvermelding plaats vindt.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=124</id>
		<title>Commentaar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="http://george.nypels.nl/w/index.php?title=Commentaar&amp;diff=124"/>
				<updated>2018-02-04T18:05:04Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Erwin: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De beschrijving van [[Loopbaan George Nypels|de loopbaan van George Nypels]] is, zoals vermeld, voor een belangrijk deel ontleend aan zijn [[Brondocumenten#aanvullingen en wijzigingen over de familie Nypels in de publicatie Nederland’s Patriciaat Jaargang 1933/34|persoonlijke notities]] geschreven voor een publicatie in het Nederland’s Patriciaat. Dit kan de vraag oproepen van de betrouwbaarheid. George Nypels stond binnen zijn familie bekend als een zeer nauwgezet iemand, maar dat is op zichzelf niet voldoende om uit te gaan van de juistheid van de notities. Daar is meer voor nodig. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat zijn militaire loopbaan betreft zijn er twee belangrijke ijkpunten ter controle: de eindrang als beroepsmilitair bij zijn pensionering en de eindrang als reserveofficier bij zijn ontslag. In de notities wordt “majoor infanterie KNIL” genoemd als de eindrang als beroepsmilitair bij de pensionering in 1904. De twee andere, gepubliceerde, bronnen (het blauwe boekje en de Nypels-genealogie) bevestigen dit. Dat is ook het geval bij de in de notities genoemde eindrang als reserveofficier bij het ontslag in 1919, namelijk “reserve kolonel landweer”. Het is daarom aannemelijk dat zijn notities over deze loopbaan een correct beeld geven. Beide bronnen bevestigen overigens eveneens dat de pensionering als beroepsmilitair in 1904 plaats vond wegens zijn verwonding in Atjeh. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat George Nypels schrijver of medeschrijver was van werken op koloniaal-historisch gebied en schrijver van vele artikelen in tijdschriften hierover, is eenvoudig te controleren omdat het hierbij om openbare publicaties gaat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de op de vorige pagina genoemde boekwerken. Dat hij vaste medewerker was van het Koloniaal Weekblad en verschillende dagbladen en redacteur van het orgaan van de Haagsche burgerwacht, is eveneens eenvoudig te controleren omdat het openbare publicaties betreft. Zijn hoofdredacteurschap van de Indische Gids wordt ook in het blauwe boekje en de Nypels-genealogie vermeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het lidmaatschap van George Nypels van de Haagse gemeenteraad (voor de vrijzinnig-democraten) is voorts ook een openbaar gegeven. Over zijn mededirecteurschap van het Delftsche ziekenfonds heb ik overigens geen nadere gegevens gevonden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wat de onderscheidingen betreft, het volgende: De benoeming tot Ridder 4e klasse der Militaire Willems-Orde geschiedde bij het Koninklijk Besluit van 10 mei 1887, nummer 25. Een afschrift hiervan is in het bezit van de familie Nypels. Van de overige onderscheidingen heb ik geen nadere gegevens weten te vinden. De data van de betrokken instanties gingen daarvoor niet ver genoeg terug. Wel heeft de familie Nypels een schilderij in bezit van George Nypels met zijn onderscheidingen opgespeld. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het bovenstaande biedt naar mijn mening voldoende grond om ervan uit te gaan dat de eigen notities van George Nypels een juist beeld geven van de verschillende aspecten van zijn loopbaan. Aan zijn notities heb ik nog de titels van een aantal boekwerken op koloniaal- historisch gebied toegevoegd waarvan hij de (mede)auteur was. Ze illustreren dat Nypels vooral ook voor de ontwikkeling van dit onderdeel van de vaderlandse geschiedenis van betekenis is geweest. Dit geldt niet alleen voor de geschiedenis van Nederlands- Indië, maar ook van die van de koloniën in het algemeen. Zo bevat de genoemde publicatie over Ceylon een boeiende, voor velen waarschijnlijk onbekende, beschrijving van de historische ontwikkelingen in alle Hollandse koloniën tijdens de Napoleontische overheersing van ons land.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het werk van George Nypels als koloniaal historicus verkreeg ook in vakkringen waardering. Dat blijkt uit het feit dat in verschillende historische geschriften naar publicaties van hem is verwezen. Naar het boek over Ceylon wordt bijvoorbeeld als bron verwezen in &amp;quot;Nederlands archief voor kerkgeschiedenis&amp;quot; (1928); &amp;quot;Ceylonees plakaatboek&amp;quot; (L.Hovy, 1991); &amp;quot;Dutch Sources on South Asia, C. 1600 - 1825&amp;quot; (Lennart Bes, Gijs Kruijtzer, 2001); &amp;quot;Dutch and British Colonial Intervention in Sri Lanka, 1780 - 1815&amp;quot; (Alicia Schrikker, 2007); &amp;quot;A Critical Survey of Studies on Dutch Colonial History&amp;quot; (W.Ph.Coolhaas, 2013). In dit laatste boek wordt tevens de publicatie van George Nypels over Zuid-West-Celebes aangeduid als een van de belangrijkste werken over dit onderwerp.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Erwin</name></author>	</entry>

	</feed>